Noël Slangen - Home

Columns

Guggenheimer spint

Standaard der Letteren, 7 maart 2008

Tags: Cultuur

 

“De woorden die hij prevelde waren niet te begrijpen. Maar dat het belangrijke woorden waren, daar mogen wij zeker van zijn.” Met die woorden eindigde ‘De man die werk vond’, een klein en ondergewaardeerd meesterwerkje van Herman Brusselmans. Nadien las ik nog honderden, zoniet duizenden bladzijden die Brusselmans nadien produceerde. Tot ik mij realiseerde dat zijn oeuvre een onopdroogbare en alsmaar slordigere stroom van steeds dezelfde ingrediënten geworden was. Vlot geschreven satires met een stevige portie provocatie, nihilisme, seks en seksisme. De laatste boeken die ik van hem las waren twee Guggenheimers, over een onuitstaanbare patser die terwijl hij zijn lul achternaloopt achtereenvolgens filmmaker, reclameman en uitgever wordt.

Vorige week las ik het nieuwste deel van Guggenheimer. Maar het blijkt niet door Brusselmans geschreven, en het is bovendien genomineerd voor een Gouden Uil. Een eer die Brusselmans met gelijkwaardige werken nog niet mocht smaken. ‘Vladiwostok!’ van de Nederlandse auteur P.F. Thomése beschrijft de relatie tussen een beginnend Haags politicus en zijn communicatieadviseur Fons Nieuwenhuijs. Die probeert zijn vriend Hans Portielje te lanceren in de aankomende Tweede Kamer-verkiezingen. Maar deze satire is slechts het decor waarin beide heren zich bewegen. Centraal staat hun onvermogen om tot een normale relatie te komen met de resem vrouwen waarmee ze beiden omgaan. In een verhaal waarin de lullen, kutten en reten je voortdurend om de oren vliegen.

Eén speech, één radio-interview en één televisieoptreden zijn de gebeurtenissen waaraan het boek opgehangen wordt. In tegenstelling tot wat de flaptekst voorhoudt staan er geen voorbeelden van spinning in. Uit de meer theoretische uitspraken die je in het boek kan lezen over beeldvorming, politici en communicatie merk je dat Thomése zijn huiswerk gemaakt heeft en met de juiste mensen heeft gepraat. En ook de relatie met de media wordt treffend omschreven. Zoals talkshowpresentator Robbert die een als journalistiek vermomde gemanipuleerde egoshow brengt. Waarbij hij met de te licht uitgevallen politicus speelt, zoals een kat met een verdoofde muis. Maar die zeer rake puzzelstukken kunnen helaas niet vermijden dat het totaalbeeld in ‘Vladiwostok!’ zeer onrealistisch is. Zo hebben kandidaat-kamerleden geen communicatieadviseurs en spelen het Haagse bedrijf en het minstens zo belangrijke schaakspel in de partijkringen - of gekonkel zo u wil - geen enkele rol in het boek. Terwijl die onderlinge positiebepaling belangrijker is dan die paar mediaoptredens. En het ‘baanbrekende voorstel’ van Potielje om een gedeelte van je belastinggeld zelf te kunnen bestemmen, is een wat zielig afdragertje uit de jaren ’80. Vanop afstand lijkt het te kloppen, maar voor wie scherper kijkt weegt deze satire vederlicht. Als rode draad valt vooral op dat adviseur Nieuwenhuijs hoegenaamd geen advies geeft. Zijn rol is vooral die van criticaster die bij rijkelijk vloeiend bier opmerkt dat zijn politieke vriend er weer maar niets van terechtgebracht heeft. Of zoals Portielje opmerkt over zijn adviseur: “Op die manier kon je beter géén adviseur hebben. Dan rekende je tenminste nergens op.”

Wat blijft is het beeld van twee losers in volle midlifecrisis. Personages die geen enkele controle hebben over hun bestaan, en dat dan maar compenseren door seksisme, racisme en andere uitlaatkleppen. De thema’s doen denken aan Brusselmans, maar Thomése schrijft raker, rijker en vooral minder slordig. Het zorgt ervoor dat de rauwe manier waarop beide personages met seks omgaan en bij alles aan seks denken, inclusief hun bloedverwanten, ranziger en choquerender is dan bij gelijkaardige schrijvers. Maar na een aantal hoofdstukken heb je die gimmick wel gehad. Bij het lezen van die gedachten vergeet je op den duur bovendien over welke van de twee protagonisten je aan het lezen bent, omdat ze zo gelijkaardig zijn. Literair misschien wel het grootste probleem is dat Thomése er niet in slaagt om twee echt verschillende hoofdpersonages neer te zetten. En is dat niet een basisvoorwaarde voor een geloofwaardig personage?

Misschien is het geen toeval dat van de Gouden Uil-juryleden er enkele met media en politiek te maken hebben. Het zou de overschatting van dit werkje kunnen verklaren. Zoals het theaterstukje op de bonte avond van een bedrijf de hemel ingeprezen wordt omdat het zo herkenbaar is. Vladiwostok! is amusant, spits en ontspannend. Maar wat het bij de nominaties van de Gouden Uil doet, is mij een raadsel.