Noël Slangen - Home

Columns

Met Ronny aan de steen

Z.O. Magazine, 16 november 2009

De dieren waren nog maar net gestopt met praten. Een computer was nog iets verrassends en een faxapparaat een behoorlijke investering. Het is dan ook al 23 jaar geleden dat ik Ronny leerde kennen. Hij kwam van de voeding, zei men ons. Dat klonk veelbelovend maar had helaas, zo bleek, niets met culinaire geneugten te maken. Ronny had Het Voedingsblad tot nieuwe hoogten gestuwd en dat was Petrus Thys, de nieuwe secretaris-generaal van - toen nog - het NCMV, niet ontgaan. Petrus volgde Fons Margot op die de gewoonte had ‘zijn’ ledenblad De Middenstand grotendeels in zijn eentje te schrijven, nu en dan een hoekje overlatend aan de onvolprezen Gaby Vandenberghe. En Petrus Thys was niet van plan om die gewoonte te imiteren. Petrus omringde zich graag met mensen die dingen beter konden dan hijzelf. Niet alleen liet dat hem toe om zich op de belangenverdediging van zijn zelfstandige leden te concentreren en bracht hij het NCMV tot ongekende groei, maar het leverde de organisatie ook een dreamteam op. En de Michael Jordan van dat team was Ronny Lannoo.

Ronny zou ‘De Middenstand’ stormenderhand omvormen tot ‘Zelfstandig Ondernemen’ en later ‘Z.O.-magazine’. En wij als piepjong startend bedrijfje, bestaande uit mijn vennoot, ikzelf en een halftijds illustrator, kregen de kans om hem hierin wekelijks bij te staan. Wij mochten iedere week het blad visueel in mekaar steken. Dat we vandaag een uit de kluiten gewassen bedrijf zijn en dat ik geworden ben wie ik ben is daar begonnen, met het vertrouwen dat Ronny ons gaf. Sommigen zullen hem daar vandaag ongetwijfeld voor vervloeken. Het was Ronny die toen Petrus Thys en Hedwig Taeleman overtuigde om met ons in zeer te gaan, ondanks het feit dat de op onderzoek uitgestuurde topman van NCMV Limburg hen wist te melden dat ons startend bedrijfje gevestigd was in de gebouwen van het Hasseltse ‘Magazijn’, een ‘rood nest’ waar notoir socialist Steve Stevaert café hield. Wisten ze toen veel dat we enkele jaren nadien Jean-Luc Dehaene en zijn CVP een verkiezingsoverwinning zouden bezorgen om uiteindelijk aan de zijde van de liberale Guy Verhofstadt te eindigen. ‘Echte zelfstandigen’ zou Ronny zeggen, al bestempelde hij ons destijds vooral laconiek als ‘Geuzen’.

Mijn plezierigste werkherinneringen gaan trouwens niet over die politieke reuzen waarmee ik kon samenwerken, maar wel over – en je voelt hem al komen – de pioniersperiode met Ronny. Je eerste lief vergeet je nooit, zegt men. Zoals anderen over hun legertijd opgeven vertel ik nog regelmatig hoe we destijds iedere woensdagochtend om vijf uur ‘s morgens naar de Gazet van Antwerpen vertrokken om daar aan ‘de steen’ Ronny’s Zelfstandig Ondernemen te maken. Computers en hetgeen wat je daarmee vandaag doet waren in die tijd nog een mooie toekomstdroom. Iedere maandagavond bracht een kennis uit Brussel een stevig dichtgeplakt pakje teksten en foto’s. Vervolgens gingen we de hele dinsdag en een stuk van de nacht aan het werk om letterlengte te tellen, een lay-out te ontwerpen, opmaakbladen uit te tekenen, illustraties te maken, met plakletters titels te maken,… En tegen woensdagochtend stonden we dan samen met Ronny en Gaby aan ‘de steen’. De steen was de opmaakafdeling van de Gazet van Antwerpen, zo genoemd naar oude gebruiken uit het loden drukkerswezen. Maar de vooruitgang had haar werk gedaan. Lange stroken gezette teksten werden er door mannen in witte stofjassen met vlijmscherpe mesjes in stukken gesneden, van rubberlijm voorzien en nauwgezet op papier gepositioneerd. Tussen onze ambachtelijk geplakte titels, die we ambachtelijk overplakten met doorschijnende folie om te vermijden dat ze in stukken gereten werden door de ruw gebruikte rubberlijm. Aan de ‘steen’ is menige discussie tussen ontwerpers, redactie en witte jassen uitgevochten, steeds met als doel het beste blad te presenteren. Ondanks dat ik toen nog een grotere stijfkop was dan nu, wist niemand mij beter te overtuigen dan Ronny. Bij de eerste editie en later toen het blad herdoopt werd gingen we dan ‘s middags in de buurt iets eten. Geen grote keuken het blad waard, maar een vlot buffet in een intussen reeds lang herdoopt hotel langs de Antwerpse ring. Tegen dat we onze koffie gebruikt hadden gingen we terug naar de drukkerij om de verse editie van de persen te zien rollen, een beetje zoals je dat uit de film kent. In de ogen van Ronny schitterde dan een glans van tevredenheid als hij zijn nieuwste werkstuk, nog warm van de verse inkt, in handen nam. En wij fier. Dat zijn momenten die je niet vergeet.

In mijn boek ‘praten met reuzen’, schrijf ik hoe je met leiders werkt en communiceert, geschreven met 10 voorbeelden van grote leiders in mijn achterhoofd. Op de vraag van een journalist of er een vervolg komt zei ik dat een boek over de magie van kleine reuzen mij wel iets leek; de topmedewerkers van leiders die zich onderscheiden door hun professionalisme, die resultaat boven status stellen, die van verandering en uitdaging houden en met een open geest naar de wereld en hun projecten kijken. Als dat boek er ooit komt zal Ronny in mijn hoofd zitten, bij die 10 voorbeelden.

Noël Slangen

(Tekst geschreven voor een extra editie van Z.O.magazine ter gelegenheid van het pensioen van Ronny Lannoo)