Columns
Barbecue
Tags: Politiek, Sociale ongelijkheid, Diversiteit
Enige tijd geleden hoorde ik in een televisieprogramma iemand ervoor pleiten om ons land op te splitsen. Vlaanderen zou dan bij Nederland gevoegd worden. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik voel er hoegenaamd niets voor om een Hollander te worden.
Het is niet gemakkelijk samen leven. Ik moet al eens met Franstalige landgenoten samen werken. Na sommige van die vergaderingen heb ik soms een onweerstaanbare drang om mij bij de Volksunie aan te sluiten. Deze drang gaat gelukkig snel over, maar wat blijft is de vaststelling dat wij toch verschillend zijn. Een andere manier van dingen bekijken, dingen beleven en dingen bediscussiëren. Daarbij wil ik bovendien aanstippen dat er een onderscheid is tussen Walen en Brusselaars. Zonder de ene beter of slechter te vinden dan de andere moeten wij op zijn minst vaststellen dat Vlamingen, Walen en Brusselaars uitermate verschillend zijn. Vandaar dat wij intussen alweer aan de zoveelste fase van de staatshervorming toe zijn. En wellicht niet de laatste.
Sommige mensen die België een warm hart toedragen, vrezen die evolutie en proberen ze stil te leggen. Ze vergissen zich.
Nederlandstaligen en Franstaligen zijn samen opgegroeid in het gezin dat België heet. In de beschermde omgeving van dit huis konden beiden opgroeien, zich een weg banend, zich ontwikkelend en volwassen wordend. Maar dat betekent natuurlijk ook ruzie makend. Ruzie over wie het grootste stuk taart krijgt, over wie de meeste aandacht krijgt, wie bovenaan in het stapelbed mag slapen, wie het goed of slecht doet op school, wie van de twee het eerst een lief heeft, wie de andere daarmee pest, enz… Tijdens de pubertijd escaleert dit soms tot pure haat. Maar wanneer het er echt op aan komt, staan zij er samen : klaar om mekaar te verdedigen tegen de boze buitenwereld.
De kinderen zijn nu bijna het huis uit. Waren de vorige staatshervormingen een manier om op kot te gaan. Met deze staatshervorming wordt voor het eerst een eigen huisje gehuurd. Een eigen huisje waar nog veel werk aan zal zijn, alvorens oudere Belgen het even beschermend en aangenaam vinden dan het ouderlijk huis in zijn beste jaren. De ouders spelen natuurlijk een belangrijke rol. Stellen zij zich op als de pater familias, die de zaak enkel wil overdragen als het dictaat van de onvoorwaardelijke samenwerking gevolgd wordt ? De broers of zussen blijven samen, maar ze haten elkaar. Of gaat het om ouders die blij zijn dat de kinderen de wereld in zijn, omdat men weet dat dat de grootste garantie is voor een onverbrekelijke band en wederzijdse interesse voor mekaar ?
Men kiest als broers (of zussen) vaak voor een totaal verschillend leven. Men heeft even genoeg van elkaar. Maar de band blijft. En naarmate de tijd vordert, gaat men mekaar meer opzoeken. En misschien ook meer appreciëren. En blijft dat in het begin nog bij ’s zondags taart eten bij de ouders; na verloop van tijd spreekt men ook met elkaar af, bij een glas of een barbecue. Wij zien het vandaag al : tussen Nederlandstaligen en Franstaligen worden de eerste afspraakjes al gemaakt. Maar de hartelijkheid zal moeten groeien.
Wij zien wel waar we uitkomen. Maar ik stel toch voor dat wij die barbecue afwachten voordat wij de Hollanders uitnodigen.
Print deze pagina