Columns
Meer blauw
Tags: Politiek
Je hoeft geen racist te zijn om je ongemakkelijk te voelen als je ’s avonds door een verlaten straat loopt en in tegenovergestelde richting komt een groepje van drie jonge migranten. Als één van die migranten alleen door hetzelfde straatje loopt en in tegengestelde richting drie kaalgeschoren types ziet, klopt zijn hart ook heel even in zijn keel. Als het - dichterbijgekomen - om vier Hare Krishna-volgelingen blijkt te gaan, ebt dat gevoel snel weg.
Er is al veel gepraat over het onveiligheidsgevoel. En terecht, want het is een probleem waar veel mensen onder lijden. Niet dat er altijd even ondubbelzinnig wordt over gepraat. Voor sommigen is de opgang van het onveiligheidsgevoel een reden om te zeggen dat er geen onveiligheid is. Wat onzin is natuurlijk. En langs de andere kant is er een bepaalde keversoort die beweert dat het onveiligheidsgevoel gewoon niet bestaat en dat je écht ongelooflijk geluk hebt als je nog niét overvallen bent. (Deze keversoort werd ontdekt door een partijvoorzitter die de Blok-mandatarissen ‘mestkevers’ noemde.) Deze keversoort paart bij voorkeur in dit gevoel en werpt er grote hoeveelheden eitjes in. De stank van deze worp is overigens vaak tot buiten de landsgrenzen te ruiken.
Er bestaat dus onveiligheid én er bestaat een onveiligheidsgevoel, maar beide hebben niet altijd met elkaar te maken. Zo kan het onveiligheidsgevoel in een stad toenemen door nieuwe verkeerscirculatieplannen. In Gent bijvoorbeeld is men erin geslaagd om de auto gedeeltelijk uit de binnenstad te bannen. Overdag is dat natuurlijk heerlijk voor de voetganger. Maar eens zes uur voorbij krijg je het gevoel dat je in een sciencefictionfilm terechtkomt : de bom is gevallen en jij bent de enige overlevende. Niet bepaald bevorderlijk voor het veiligheidsgevoel. Een welgemeend advies daarom voor onze stadsinrichters : laat 's avonds alle wegen open, ook de verkeersvrije ! Mensen voelen zich geruster wanneer ze moeten uitkijken om niet van hun sokken gereden te worden dan wanneer men alleen door een donkere stad moet lopen. Verlichte etalages en versterkt glas in plaats van hekken helpen trouwens ook. Er zijn nu al steden die hun winkeliers subsidie geven om de stalen hekken te vervangen door onbreekbaar versterkt glas.
Met meer blauw in de straat moeten wij ook voorzichtig zijn. Het is de populairste slogan, maar letterlijk genomen kan hij het onveiligheidsgevoel nog versterken. Ik herinner mij mijn eerste bezoek aan Parijs nog. Ik liep door een drukke winkelstraat waar een politiepatrouille van vier man sterk in halve gevechtsuitrusting patrouilleerde. Zelden heb ik mij zo onveilig gevoeld. De burger denkt dan : ‘Hier moet het wel héél gevaarlijk zijn’.
Meer blauw in de straat waar problemen zijn moet natuurlijk wel. Niet om zich te laten zien, maar om de problemen zelf aan te pakken. Dan gaat het trouwens over onveiligheid, niet over onveiligheidsgevoel. Maar hoe meer en hoe dreigender de politie die je ziet, hoe meer je als burger het signaal krijgt dat het er wel zeer gevaarlijk moet zijn. De oplossing ? Veel agenten, bij voorkeur met wat overgewicht, die individueel door de straten lopen, inlichtingen geven, iedereen helpen en de weg wijzen. Maar die er door onze technologische evolutie wel in slagen om vliegensvlug een versterkte hoeveelheid gespierde collega’s op te roepen wanneer er echt iets gebeurt. En misschien verdwijnen die kevers dan ook.
Print deze pagina