Columns
Stefaan
Een van de belangrijkste deugden in de politiek is gevoel voor timing. Het talent om op de juiste plaats op het juiste moment te zijn, heeft al menig politieke carrière het vuur gegeven dat tot ongekende hoogten stuwt. Maar wat als je de verkeerde man op de verkeerde plaats op het verkeerde moment bent ? Zoals Stefaan De Clerck ?
Stefaan De Clerck is geen slecht of onbekwaam mens. Het is vandaag gewoon niet fijn om Stefaan De Clerck te zijn.
Stefaan is een positief mens, iemand die met een brede glimlach aan alles mee wil bouwen. Iemand bij wie de twinkeling van het enthousiasme meer bezit neemt van zijn ogen, dan de oprisping van zijn gal. Niet geniaal, niet bevlogen, niet uitblinkend in intellectuele salto-mortale's op een trampoline van een getormenteerde geest. Neen, een goede geest met een positieve ingesteldheid, vast van plan om er iets van te maken. Als je voor de laatste verkiezingen het ideale profiel voor een voorzitter van een grote positieve centrumpartij zou uitgetekend hebben, zou de kans groot geweest zijn dat je bij hem zou uitkomen.
Maar op dat ogenblik was Marc Van Peel voorzitter, die gevat, hard, cynisch en Antwerps was. De ideale voorzitter voor een van haar voetstuk gevallen centrumpartij, die er uit frustratie eens goed mee wil rammelen, met verbale hoogstandjes in een te leeg halfrond. Deze ideale oppositievoorzitter maakte, uitgerekend toen de oppositiekuur aangebroken was, plaats voor Stefaan De Clerck. Een verwisseling bij geboorte met pijnlijke gevolgen : de cynische oppositieleider bracht er niets van terecht als voorzitter in de meerderheid, en nu mag de ideale meerderheidsvoorzitter een gedecimeerde en ontgoochelde oppositiepartij leiden.
Stefaan De Clerck ontvouwde zijn trukendoos van bijenkorven en cirkels, medicatie of meditatie voor een partij waarvan de kiezers het project omvergeblazen hebben. Maar in welke mate is hij meester van het stuk waarin hij acteert ? Krijgt hij echt een kans, of lijkt het alleen maar alsof ?
Langs de kant staan mensen, niet toevallig broers, waarvan de oudste sterker wordt naarmate zijn partij zwakker wordt. Hij is vandaag de feitelijke baas, maar wil nog niet op de voorgrond treden, omdat hij wél gevoel voor timing heeft. Hij wacht zijn moment af, en intussen mag Stefaan De Clerck de keet animeren. Waarbij de toekijkende broer er perfect in slaagt om de goedlachse voorzitter nét zo sterk te houden als nodig : niet te zwak voor andere uitdagers, niet te sterk om een echte bedreiging voor hemzelf te betekenen. De techniek hiervoor is even vernuftig als efficiënt. Als Stefaan De Clerck te zwak wordt, krijgt hij ondersteuning vanuit de partij, en schrijven bevriende journalisten dat hij een interessante nota klaarliggen heeft. Maar wanneer Stefaan De Clerck sterk wordt, worden diezelfde journalisten - gevolgd door collega's - ingeschakeld om te schrijven dat het partijvolk mort, de voorzitter te veel in Kortrijk zit, en die bijenkorven toch maar kleuterpraat en godsdienstles lagere school zijn. Waar stopt eigenlijk cynisme en begint perfiditeit ? Vraag het aan de toeschouwer.
Print deze pagina