Columns
Vlees
Tags: Economie
Praten over het weer is besmet door het oneigenlijk gebruik als stiltedoder. Iemand staat met je in de lift en verjaagt de stilte met : 'Nu is het weer al beter, hé'. Of een andere klassieker : 'Je hebt het goede weer meegebracht'. En natuurlijk bij de slager, waar het weerpraatje beter werkt dan keuvelen over de kwaliteit van het vlees. 'Veel hormonen in het vlees vandaag.' 'Hebt ge mond- en klauwzeer meegebracht ?' 'Nu kan het toch niet meer lang duren, die dollekoeienziekte !' 'Vroeger was het vlees toch beter.'
Over dat laatste ben ik het niet eens : vroeger was het vlees helemaal niet beter.
Héél vroeger was het vlees misschien beter, maar toen kon bijna niemand het betalen. Of je moest het geluk hebben om van boerenkomaf te zijn. Maar sindsdien is het vlees zelden zo gezond geweest als de afgelopen jaren. De afgelopen honderd jaar is vlees nooit zo goed gecontroleerd geweest als nu. Onder druk van de consument, Europa en de groene beweging zijn wij zekerder dan ooit van wat we op ons bord krijgen. Tien of twintig jaar geleden had je ook al de industriële praktijken in de vleesindustrie, met alle uitwassen voor de kwaliteit van dien, maar het verschil was dat controle nagenoeg onbestaande was. Wij zullen nooit meer zoveel hormonen en andere rotzooi binnen krijgen als in die periode.
Nee, ik eet nog vlees. Er zijn natuurlijk nog misbruiken, maar dat zullen er een pak minder zijn dan pakweg tien, twintig jaar geleden. Wat dat betreft verdient de vleessector niet de afstraffing die ze vandaag krijgt, tenzij als straf voor het verleden. Want de mens, ook de vleesproducerende mens, is snel bereid principes te laten varen voor de portemonnee. Als alles vandaag beter is, ligt dat aan een goed samenspel tussen consument en overheid. De consument eist terecht gezonder vlees en de overheid doet meer inspanningen dan ooit om die kwaliteit te controleren.
We zijn goed bezig, maar we zijn er nog niet. In het begin begreep ik niet waar Agalev het over had met de slogan 'Onze koeien moeten terug vegetariër worden'. Het feit dat koeien zich voeden met dierlijke karkassen was wel even schrikken. Men zou dat nu gaan verbieden, waarna de prijzen wellicht stijgen en de burger weer boos is om andere redenen.
De consument is namelijk ook een beetje hypocriet. We geven verhoudingsgewijs op ons inkomen minder uit aan voeding dan ooit. We betalen minder voor meer, en zoiets moet consequenties hebben. Want we zien dat het winkelschap met biologische - vaak duurdere - producten veel minder mensen kan bekoren dan het grote standaardschap. Je kunt niet verwachten dat een Lada even veilig is als een Mercedes. En in tegenstelling tot auto's kan bijna iedereen in ons land zich gezonde voeding veroorloven, al betekent dit dat het televisiescherm iets kleiner is, de kinderen op hun tiende geen eigen GSM hebben en men geen twee pakjes sigaretten per dag kan roken. Het is niet altijd de slager geweest.
In welke mate mag de consument zelf kiezen om ongezond vlees te eten als het goedkoper is ? Men kan bijvoorbeeld een grote opvallende sticker op het vlees plakken : 'Vlees van dieren die slachtafval gegeten hebben.' Of : 'Dit vlees kan uw gezondheid schaden.'
Print deze pagina