Noël Slangen - Home

Columns

100.000. Beloften en realiteit in de formatiecrisis.

De Morgen, 25 augustus 2007


Honderdduizend minuten. Zolang liggen intussen de verkiezingen alweer achter ons. Dat zijn er 95.995 meer dan de 5 minuten politieke moed die nodig waren om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. Het eerste woord over BHV is intussen nog niet gevallen. Maar wie hier leedvermaak aan koppelt vergist zich in het denkpatroon van kiezers. Wie er de verschillende internetfora op naleest heeft niet het gevoel dat Yves Leterme gefaald heeft. Vanuit een diepgeworteld kaakslagflamingantisme bejubelen die fora de huidige patstelling als consequent handelen. Dat we nog geen millimeter verder staan speelt hierbij geen rol. Bepaalde opiniepeilingen ten spijt, telt de populariteit van Leterme vandaag geen stem minder dan die honderdduizend minuten geleden.

Het brengt ons bij de vraag wat je met stemmen koopt als je gesprekspartners het laten afweten? Om een regering op de been te brengen vergen zowel ons kiessysteem als de federale structuur van ons land een bijzonder empathisch vermogen, onderhandelingstechnieken waarin grote principes en strategische verrassingen essentieel zijn en vooral een sterk persoonlijk netwerk over partij- en taalgrenzen heen. Vooral aan dat laatste schortte het. Van meet af aan lag de sleutel voor een succesvolle formatie bij het genereren van een koerswijziging bij de CDH. Mediacommentatoren merken terecht op dat Milquet vandaag niet anders dan neen kan zeggen omwille van de linkse, om niet te zeggen travaillistische lijn waarvoor ze met de CDH gekozen heeft.

De vraag die CDH zich had moeten stellen is in welke mate ze op die lijn kan overleven, gegeven de verkiezingsuitslag. In haar huidige vrees electoraal opgegeten te worden door de PS, creëert ze de argumenten waarom die kiezers misschien voor het origineel kiezen, namelijk de PS. De krachten voor een koerswijziging zijn aanwezig binnen de CDH. Maar het is de vraag of na de afgelopen weken er nog ruimte is om Milquet tot een koerswijziging te dwingen. Net zoals Leterme aan deze kant van de taalgrens, krijgt Milquet namelijk hetzelfde applaus aan haar kant van die grens. Finaal is deze formatiepoging dus gestrand op een broeder-zustertegenstelling tussen Milquet en Leterme.

In hun commentaar op de Belgische regeringsvorming deden de buitenlandse krantencorrespondenten wat lacherig over dit stukje Belgisch surrealisme, maar men stelde ook dat men niet wist wie er nu eigenlijk gelijk had. Het probleem is dat én Milquet én Leterme gelijk hebben. Het ligt er maar aan welk uitgangspunt je neemt. Een waarheid is nooit zwart of wit, maar is altijd een schakering van tinten. Aan beide kanten van de taalgrens werden kiezers verleidt met een communautair zwart-wit verhaal, om achteraf vast te stellen dat in een land dat met twee verschillende potloden kleurt de waarheid nooit zwart of wit kan zijn. Daarvoor wordt vandaag de rekening betaalt.

Je zou denken dat de bevolking intussen beseft dat aan ieder verhaal verschillende kanten zitten en de absolute waarheid niet bestaat. Niets is echter minder waar. Vandaag steken de militanten hun politici een hart onder de riem: ofwel de boodschap dat de boel nu maar moet ontploffen; ofwel dat dat gedoe met die staatshervorming niet nodig is als we maar allemaal pralines eten, Kuifje lezen en voor de Rode Duivels supporteren. Zwart of wit maar weer. Wie op deze stem van de straat bouwt maakt binnen een aantal weken echter een wonderbaarlijke bocht mee. Want op dat ogenblik zullen volgens diezelfden de politici ruziemakers zijn. De vijand die erbij hoort zal wel per groep gekozen worden.