Noël Slangen - Home

Columns

Antwoord van een arbeiderskind. Frank Vandenbroucke van antwoord gediend.

De Morgen, 13 maart 2007

 

Vreemd dat een intelligent man als Frank Vandenbroucke zich moet bedienen van clichés en dooddoeners om een doordeweeks opiniestuk te weerleggen. In De Morgen van zaterdag stelde ik dat het middelbaar onderwijs dringend aan een modernisering toe is. En dat het feit dat de minister het veranderen van richting wil verbieden niet van deze tijd is. Het antwoord van de minister luidt twee keer dat ik ‘een liberaal ben’ (in de betekenis van scheldwoord, zoals de Amerikaanse Republikeinen het woord ‘liberal’ uitspuwen) en dat ik er tegen zou zijn dat ‘publieke voorzieningen sterk zouden zijn’. Gelukkig zijn er ook nog een paar feitelijke elementen, die ik even wil weerleggen.

De minister stelt dat het aan de klasseraad moet toekomen om te beslissen of een leerling van richting mag veranderen. Dit zet de deur open voor een nieuwe klassenmaatschappij. Wanneer de minister of ikzelf zo’n afwijking zouden vragen voor onze kinderen, zal een klasseraad sneller geneigd zijn om hierop in te gaan dan wanneer hetzelfde gevraagd wordt voor een vierdewereldkind. Iedere school zal anders oordelen en de leerling wordt afhankelijk van het inzicht, de willekeur of de levenshouding van de leerkrachten in kwestie. Zieltogende scholen zullen trouwens soepeler met de regels omspringen om meer leerlingen aan te trekken, en zo verder wegzinken in een negatieve spiraal. Ik geloof op dat vlak meer in een dialoog tussen school en ouders of leerling als gelijken. Natuurlijk is het niet verstandig als een leerling naar de laatste jaren banketbakkerij overstapt wanneer hij zonder enige voorkennis uit houtbewerking komt. Maar hebben wij nu echt zo weinig geloof in de mensen dat we ervan uitgaan dat die leerling en die ouders dat zelf niet beseffen? Gaan wij er echt van uit dat zij niet open zouden staan voor advies van leerkrachten? Maar misschien gaat het wel om de zoon van een bakker die, alhoewel hij al vaak meegewerkt heeft, nu pas de liefde voor dat vak ontdekt?

Het voorbeeld dat Vandenbroucke aanhaalt, van een leerling die van metaal naar kantoor zou overstappen maar niet genoeg kent van informatica, getuigt bovendien van wereldvreemdheid. Er is een probleem van informaticakennis bij meisjes uit lagere sociale milieus. Maar over het algemeen kent iedere puber meer van informatica dan het gros van onze leerkrachten. En dat is niet eens zo’n schande, want als mijn computer echt in de soep draait, moet ik ook te rade gaan bij mijn 15-jarige zoon.

Rest het argument dat heel wat studenten enkel middelbaar onderwijs genieten. Is dat nu net geen reden om dit middelbaar onderwijs te moderniseren? Denkt de minister echt dat de grote uitval bij dit soort studenten tegen kan gegaan worden door nog strengere regels? Dit kan enkel tegengegaan worden door het onderwijs dichter bij de leerlingen en het leven te brengen. En die studenten zullen inderdaad op een later moment gestimuleerd moeten worden om opleiding te volgen, bijvoorbeeld bij de VDAB. Ik zie niet in wat de minister daar slecht aan vindt.

Ineens begrijp ik het pleidooi van de SP.a voor meer arbeiders in de politiek. Niet iedereen is een zondagskind dat gepamperd werd in de beste scholen en universiteiten en het socialisme uit boeken ontdekte. Misschien is het toch goed dat de minister, voor hij mij de les probeert te spellen, even bedenkt dat ik in tegenstelling tot hem een arbeiderskind ben, een kind van steuntrekkers, waar schoolgerei kopen een financieel drama was. En waar men al te vaak er paternalistisch van uit ging dat ik en mijn vriendjes uit hetzelfde milieu maar best zo snel mogelijk klaargestoomd werden voor de fabrieken. In het vijfde middelbaar trok ik de deur achter me dicht en heb ik zelf mijn weg gezocht. Ik kon gelukkig terugvallen op een ‘publieke voorziening’ als de openbare bibliotheken. Het is geen traject dat ik adviseer. De school blijft het beste nest om vleugels te ontwikkelen voor je ze uitslaat, en verdient daarom moedig bestuur.