Columns
Drie wespen en een gesneden brood. Is bestrijden van doping een overheidstaak?
Tags: Politiek, Actualiteit
Eddy Merckx was niet welkom in Stuttgart. Het Wereldkampioenschap Wielrennen wilde op geen enkele manier met doping geassocieerd worden. En in het CV van een van de grootste wielrenners uit de geschiedenis staan blijkbaar een aantal dopingzonden. Als Stuttgart intussen echter met iets geassocieerd wordt, is het wel met gedoe over doping. Hoe logisch is die strijd tegen doping eigenlijk?
Doping is slecht. Het gaat in tegen alles waar sport voor zou moeten staan. Het is een aanfluiting van de Olympische waarden. En het is bovendien zeer ongezond. Maar moet men daar onze belastingcenten aan besteden? Al die politieoptredens, administraties tegen doping, controles en het juridische apparaat dat zich met doping bezighoudt kost een behoorlijke bom geld. Het is niet meer dan logisch dat een sportfederatie doping verbiedt en daar tegen optreedt met bijvoorbeeld uitsluitingen en andere sancties. Maar waarom moeten overheid en justitie zich daarmee bezighouden? Toch niet omdat het oneerlijk is?
Er bestaat ook geen vervolgingsbeleid tegen auteurs die plagiaat plegen. Geen politie die nieuwste romans screent op passages die gepikt zijn, laat staan dat het openbaar ministerie tot vervolging zou overgaan. Ook niet voor valsspelen. Als tijdens het Belgisch Kampioenschap Schaken iemand snel een extra stuk zou verzetten of via een oortje aanwijzingen krijgt, zal het parket niet binnenvallen. Een derde partij kan zich tekortgedaan voelen en een procedure instellen, maar het openbaar ministerie – dat verondersteld wordt de gemeenschap te vertegenwoordigen – zal in andere gevallen niet optreden.
Waar zit die maatschappelijke schade in het geval van doping? Omdat het van sport een unfair en onrealistisch gebeuren maakt? Dan kan het gerecht ook binnenvallen in de helft van de Vlaamse realityshows.
De vergelijking met verboden drugs gaat ook al niet op. Het gros van de dopingproducten mag gekocht of verkocht worden. Alleen niet door sporters. De producten dienen misschien om koeien te genezen of astmapatiënten te helpen, maar ze zijn als dusdanig niet verboden.
De volksgezondheid dan? Het is geen politietaak om op individuele gezondheid toe te zien, net zoals het niet tot hun taak behoort om kettingrokers, alcoholisten of mensen met overgewicht te beteugelen. Er valt kortom geen zinnige reden te bedenken waarom de overheid zich hiermee bezighoudt.
Het zou interessant zijn als iemand eens zou berekenen hoeveel publieke middelen er besteed worden aan die strijd tegen doping. We twijfelen er niet aan dat dit voor de betrokken juristen en politiemensen een van de meer interessante onderzoekstaken zal zijn. Maar er zijn ongetwijfeld andere prioriteiten.
De maatschappij wordt ruwer, ingewikkelder en sneller. Justitie heeft alle moeite van de wereld om die tempowijziging bij te houden. Ondanks alle inspanningen staat het rechtsgevoel van vele landgenoten onder druk. In die omstandigheden is het niet verantwoord om honderden ambtenaren, politiemensen en juristen zoveel tijd te laten besteden aan een commerciële uitwas als doping in sport. Het zijn de fans, de sponsors en de sportbesturen die in deze hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Het is aan hen om te bepalen wat kan en wat niet kan en om zelf in te staan voor opsporing en beteugeling. Want dopingbestrijding is net zo min een overheidstaak als jagen op plagiaat, valsspelen, ongezond gedrag of stompzinnige televisieprogramma’s.
Print deze pagina