Noël Slangen - Home

Columns

Een staat van gratie. Een blik op de politieke verslaggeving.

De Morgen, 19 mei 2007

 

Eender welke politieke partij is van mening dat de pers de andere partijen beter behandelt dan henzelf. Voor ik mij zelf aansloot bij een partij werkte ik als professional voor nagenoeg het hele politieke spectrum. En het is opvallend hoe dezelfde ergernis, hetzelfde wantrouwen en een identieke frustratie ten opzichte van de pers overal terugkomt. Over het algemeen is de pers nochtans vrij evenwichtig in haar benadering. Er zijn maar een paar afwijkingen.

Zo is het onvermijdelijk dat een partij of politicus bij momenten een staat van gratie meemaakt. Gedurende een periode worden alle positieve elementen uitvergroot en alle negatieve elementen met de mantel der liefde bedekt. Guy Verhofstadt en Steve Stevaert maakten het eerder mee, en vandaag geniet Yves Leterme die staat van gratie.

Ten onrechte veronderstellen politieke tegenstanders dat de media in die gevallen een politieke agenda volgen. Op enkele zeldzame uitzonderingen na is die staat van gratie helemaal geen kwestie van politieke strategie maar eerder een sociologisch verschijnsel onder de beroepsgroep van journalisten. Het is immers een hardnekkig misverstand dat media opiniemakers zijn. Journalisten zijn doorgaans opinievolgers. Ze proberen op te snuiven welke opinie er leeft bij de lezers en houden die vervolgens een spiegel van die opinie voor. Wat als succesvol gepercipieerd wordt zal als succesvol afgeschilderd worden. Wat onder druk staat zal onder druk gezet worden. Dat heeft ook te maken met een vorm van risicomijding. Als achteraf de hype fout blijkt, kan men zich verschuilen achter het argument dat ‘iedereen zich toen toch vergist heeft’. Komt de vooronderstelling uit, dan vergenoegt men zich aan het ‘visionaire’ van de eigen stukken.

Kunst en cultuur moeten mensen confronteren, maar kranten en andere media blijven toch in eerste instantie producten die hengelen naar lezersliefde en instemmend geknik. Wie alle kranten en tijdschriften leest, moet dan ook met een vergrootglas zoeken naar journalisten die tegen een heersende stroom ingaan. Het gevaar om geloofwaardigheid te verliezen wanneer men op zijn eentje een afwijkende stelling inneemt is te groot. Enkel afwijkingen die appelleren aan de conventies van een specifieke lezersgroep worden getolereerd. Een bijkomend sociologisch aspect is de confirmatiedrang die iedere beroepsgroep domineert. Men wil, nog meer dan door zijn lezers, gerespecteerd en bemind worden door de collega’s. Iemand die uit de pas loopt moet ofwel zeer zwaar wegen, bijvoorbeeld door ervaring of functie, of men kiest voor het bestaan van de nar.

De situaties waarbij een medium uit zijn rol valt, zijn vooral van politiek-strategische aard. Het is logisch dat een medium, wanneer het een standpunt verdedigt, partijen ertoe wil brengen dit standpunt te volgen of in die richting bij te stellen. Maar er zijn ook situaties waarbij een journalist of zijn medium niet langer waarnemer zijn, maar actief willen meespelen. Een journalist wordt op dat ogenblik een spindoctor die via zijn schrijfsels tracht om een nieuwe situatie te creëren. De negatieve voorbeelden, waarbij men tracht iemand te destabiliseren, zijn gekend. Maar de gevallen waarin men ‘positief’ wil participeren zijn interessanter. Dat gaat dan over die gevallen waarin media bijvoorbeeld partijen willen stimuleren tot kartelvorming, een politicus verplichten tot een kandidatuur of het stimuleren van een bepaalde coalitie. Het grootste gevaar van die politiek-strategische benadering is dat het medium een strategische stap gaat adopteren. Omdat zij zelf de aanzet gegeven hebben, en in hun geest dus instonden voor de ‘bevruchting’, zijn zij niet langer bij machte om het resultaat objectief te evalueren. Mijn kind, schoon kind, ook in de politiek.

Maar met grote samenzweringen tussen media en politiek, of met de kleur van deze of gene journalist, heeft dit dus allemaal niets te maken. Al blijft het geruststellender voor een partij om onwillige pers af te doen als ‘meeheulen met de vijand’.