Noël Slangen - Home

Columns

Foert en de stemplicht. Een pleidooi voor stemrecht.

De Morgen, 30 juli 2007


Tindemans verbaasde ooit de natie door in zijn eentje 1 miljoen stemmen te halen. Bij de laatste verkiezingen bleken enkel de thuisblijvers dat getal te evenaren. Maar liefst 1 miljoen landgenoten besloten toen de stemplicht aan hun laars te lappen. Verwonderlijk is dat niet, want op enkele zeldzame uitzonderingen na bestaat stemplicht nergens ter wereld. Toch voelen nogal wat partijen zich geroepen om dit anachronisme te verdedigen. Voor de christendemocraten zal dit wel om strategische redenen zijn. Maar Dirk Van der Maelen, fractieleider van SP.a, roept zowaar principiële redenen in. Hij maakt hiermee pijnlijk duidelijk dat ‘progressief’ en ‘links’ twee totaal verschillende begrippen zijn.

Jan Marijnissen van de Nederlandse SP (een partij die tot 10 juni links van de SP.a zat) stelde in deze krant dat er drie morele waarden zijn die socialisten bindt. Naast solidariteit van mensen vermeld hij gelijkwaardigheid van mensen en menselijke waardigheid. Is het niet uitgerekend die menselijke waardigheid waaraan stemplicht voorbij gaat? Het concept van ‘stemplicht’ zegt namelijk dat kiezers een soort vee zijn dat slechts zijn democratisch recht zal uitoefenen als het daartoe verplicht wordt. Stemrecht daarentegen gaat uit van vertrouwen in mensen, namelijk dat een mens die erkent wordt in zijn vermogen om zelf te beslissen, wel degelijk zal stemmen op die momenten dat hij zijn land en omgeving vorm kan geven. Niets zet meer aan tot baldadigheid dan het ondergraven van die menselijke waardigheid. Wanneer die waardigheid verdwijnt begint men proppen te schieten in klaslokalen, huisvuil in de straten te gooien of foert te zeggen in het kieshokje.

Het geliefkoosde argument van Van der Maelen en de zijnen is dat vooral de laaggeschoolde en armere medeburger thuis zal blijven. Dat is onzin. Er loopt al lang geen klassebreuklijn meer over de foert-stemmers of de thuisblijvers. Of kijk naar het buitenland. Zowel de presidentsverkiezingen in Frankrijk, die een fenomenale opkomst kenden, als de verkiezingen in Congo bewijzen trouwens het tegendeel. Zonder stemplicht staan in Congo mensen uren in de rij, soms na  een dag lopen, desnoods kniediep in het water omwille van het noodweer, om zijn of haar stem uit te brengen.

Het populaire voorbeeld om voor stemplicht te pleiten zijn de Verenigde Staten van Amerika. Daar stelt zich inderdaad het probleem dat lagere sociale klassen minder participeren aan de verkiezingen, met de gekende gevolgen. Maar is dat een probleem van stemplicht versus stemrecht, of van het saboteren van de democratie? Heel wat staten in de VS zijn de naam ‘democratie’ niet waardig omdat ze ontelbare hindernissen inbouwen voor bepaalde groepen. Ingewikkelde procedures, administratieve onwil en het stelselmatig viseren van bepaalde groepen – op basis van hun naam – bij het uitsluiten van personen op kiezerslijsten zijn er schering en inslag. Een democratische schande die zo groot is, dat het een schande zou zijn om ze als voorbeeld te gebruiken om alhier de stemplicht te verdedigen.

Uit onderzoek bleek dat het Vlaams Blok en Open Vld de grootste slachtoffers zouden zijn van de afschaffing van de stemplicht. Waarom zijn we als liberalen dan de grote verdedigers van die afschaffing? Omdat we geloven in mensen en geloven dat je als partij zowel het vermogen als de plicht hebt om kiezers te motiveren om te gaan stemmen. Dat is namelijk de verantwoordelijkheid waarvoor stemplicht iedere partij stelt; op het terrein gaan, mensen werven en inspireren, duidelijke standpunten innemen en zorgen dat campagnes ergens over gaan. Ik ben er zeker van dat in die omstandigheden dat miljoen thuisblijvers zal afnemen.