Columns
Het Vlaams Parlement als kneusje. Hoe het glazen huis leven inblazen?
Tags: Politiek, Actualiteit
Het Vlaams Parlement is het kneusje van de politiek. Dat is sinds het vertrek van Leterme wel duidelijkheid. Wanneer de kans zich voordoet, neemt men de wijk naar de federale assemblee. We kunnen pek en veren bovenhalen en alle partijtoppers die de overstap ooit maakten beschimpen en veroordelen. Voor de bewoordingen kan u terecht in de columns van Eric Van Rompuy. Maar wat schiet Vlaanderen daarmee op? We kunnen ons beter de vraag stellen hoe het komt dat het Vlaams Parlement op zo weinig achting kan rekenen.
Het Vlaamse niveau heeft alsmaar meer middelen en bevoegdheden, het federale alsmaar minder. Er moet dus ook een irrationele factor zoals de uitstraling van het podium meespelen. Liever low budget op de scène van Carré dan in een miljoenenproductie in een provinciestad. In de federale kamer van volksvertegenwoordigers voel je de trillingen van onze geschiedenis. Wie er voor het eerst komt, wordt zich even bewust van zijn ademhaling. De Kamer, dat zijn Koningen, revoluties en emoties. Het Vlaams Parlement associeer je met koersen, vlaggen en details. Luc Van den Brande is erin geslaagd om het Vlaams Parlement een prachtige thuis te geven. Het zal dus niet alleen aan het ceremonieel liggen. Een ommekeer moet uit inhoud komen. Drie euvels bestrijden kan volstaan om dit parlement op een ander niveau te tillen.
Zo moet het Vlaams Parlement komaf maken met de techniciteit van zijn debatten. De urenlange detaildiscussies die er gevoerd worden zijn degelijk maar politiek irrelevant. Het is niet omdat het parlement een controlefunctie heeft dat men het daarom moet reduceren tot een bijkantoor van het Rekenhof, waar het favoriete tijdverdrijf lijkt op ‘ministertje pesten’. Politiek gaat over begeestering, ideologie en grote projecten. Dat soort politiek maak je niet met letterneukers die iedere bladzijde van iedere tekst van vraagtekens voorzien. Daarin bevestigd door media die parlementairen quoteren op basis van het aantal vragen dat ze stellen, wat ook het verkleuterende niveau van die vragen moge zijn.
Een tweede euvel is dat over de belangrijkste bevoegdheden van Vlaanderen amper een volwassen debat bestaat. Net zoals in het federale parlement zijn in Vlaanderen juristen oververtegenwoordigd. Terwijl de belangrijkste bevoegdheden van Vlaanderen er uitgerekend zijn waar juristen zelden voeling mee hebben: cultuur, onderwijs en samenleven. Behalve racistische oprispingen en dito weerleggingen als het over nieuwe Vlamingen gaat, bestaat over deze thema’s geen inspirerend tegensprekelijk debat. Het blijft het domein van vakspecialisten, omdat de Vlaamse partijen amper een visie hebben, die de baksteen van de school of het cultuurcentrum overstijgt. De enige harde bevoegdheid die niet zo belangrijk is, is de arbeidsmarkt, via VDAB, stimuleringsmaatregelen en het economisch beleid. En daar moeten we vaststellen dat het debat hoofdzakelijk gaat over welke bevoegdheden men niét heeft, en zelden over nieuwe inzichten op de instrumenten waarover men wél beschikt.
Dat brengt ons bij het derde euvel. Als het werkelijk zo is dat staatshervormingen federaal gedaan en communautaire discussies federaal gevoerd worden, wordt het misschien tijd dat het Vlaams Parlement niet langer het forum blijft voor communautair geklaag en eenzijdig wapengekletter. Gezien men er niet meer kan doen dan roepen, zou men de discussie beter overlaten aan de Vlaamse collega’s in de andere assemblees. Hoe gerechtvaardigd de eisen ook zijn, met dit preken voor eigen kerk maken we onszelf belachelijk. De Vlaming zal zijn parlement nooit ernstig nemen, zolang ze als een parlement van Calimero’s vooral benadrukken wat ze niet hebben, niet kunnen en niet mogen. Vlaanderen is het rijkst, het grootst, het innovatiefst, het welvarendst,... Wordt het niet eens tijd dat we ons ook zo gedragen, te beginnen in ons parlement?
Print deze pagina