Noël Slangen - Home

Columns

Het gezond verstand van generatie Y. Over een nieuw evenwicht tussen werk en privé-leven.

De Morgen, 26 oktober 2006

 

De Vlerick Hogeschool pakte laatst uit met een onderzoek naar de motivaties en carrièrehoudingen van de generatie die na ’80 geboren werd, de zogenaamde ‘Generatie Y’. Een brompot zou die samenvatten als een generatie van luie, zelfingenomen uitvreters. Want ze zijn niet zomaar bereid overuren te doen, zijn niet van plan om eeuwig loyaal te blijven aan hun eerste werkgever en verkiezen zekerheid boven status. Wie deze houding minder bevooroordeeld bekijkt ziet echter een glimp van het stof waaruit de toekomst opgetrokken wordt.

Wie zich laat misleiden door de nonchalante stijl en van mening is dat deze generatie niet kan werken, romantiseert wat te veel het eigen verleden. In deze tijd worden kennis en snelheid belangrijker dan het pure zweet of het aantal uur dat iemand klopt. Dit is een generatie die is opgegroeid met cursussen die alsmaar dikker worden en een informatie- en ontspanningsaanbod dat alsmaar sneller, ingewikkelder en uitgebreider wordt. Net zoals een 100-meterloper er alles uitperst, kiezen zij ervoor om alles te geven in een beperkt tijdsbestek en zo ruimte te scheppen voor ontspanning of familie. Generatie Y is bereid om hard te werken, zelfs zéér hard te werken, maar ze passen voor zotte uren en ongebreidelde overuren.

Twee groepen schijnen niet te begrijpen dat dit een positieve evolutie is. Onder invloed van Amerikaanse, en nog meer de Aziatische economieën, vinden bedrijven vaak dat je enkel moet leven voor je werk en dat dit zich uitdrukt in uren, véél uren. En anderzijds zijn er vakbonden die compensaties eisen voor de toenemende werkdruk zonder het hele plaatje te begrijpen. Ze dwalen beide. Deze generatie kiést voor meer werkdruk, maar eist daar terecht een nieuw evenwicht voor terug.

Deze evolutie is bovendien emancipatorisch. Hard werken maar binnen grenzen betekent dat in een gezin geen partner zich hoeft op te offeren wanneer men voor gezin én carrière kiest. Want alle mooie woorden ten spijt blijft het een realiteit dat vrouwen bijna steeds het slachtoffer bij uitstek zijn van die opoffering. Generatie Y evolueert naar een model waarbij een evenwichtigere werkverdeling in het privé-leven kan gekoppeld worden aan een loopbaan voor beide partners. Het is ook die hernieuwde gezamenlijke aandacht voor het privé-leven die de vraag naar een goede gezondheidszorg verklaart, waarbij een goede verzekering hoger scoort dan een indrukwekkende laptop of de nieuwste GSM van de zaak.

Politieke partijen die steen en been klagen over het gebrek aan jong interesse in het politieke milieu hebben nog heel wat te leren van Generatie Y. Is politiek niet teveel een omgeving die vooral ontzettend veel uren vergt maar daar weinig inspirerends voor teruggeeft? Waardoor vooral aan de basis politiek een afvallingskoers geworden is, waar enkel de oudste mannelijke generaties bereid zijn om de eindmeet te halen. En die generatie vaak er alles aan doet om dit zo te houden. Wordt het geen tijd dat ideeën en engagement net zo belangrijk worden als uren en opoffering?

Uiteraard zullen werkgevers niet graag horen dat deze generatie ervan uitgaat dat hun eerste job slechts voor een aantal jaren zal zijn, en ze vervolgens andere horizonten opzoeken. Nochtans zijn de werkgevers zelf vragende partij voor een arbeidsmarkt waarbij niemand vastroest in zijn functie. Geen lusten zonder lasten, en dus moeten ook bedrijven leren leven met het feit dat een carrière een kwestie van geven en nemen is. Het betekent dat zij meer dan vroeger oog moeten hebben voor bedrijfscultuur, atmosfeer, open communicatie en de mogelijkheid om als mens in de meest brede zin van het woord te evolueren, op het werk en daarbuiten.

Toch is er ook een aspect dat ons zorgen moet baren. Deze generatie voelt absoluut niets voor het ondernemerschap. Onafhankelijkheid wel, maar entrepreneurschap staat zeer laag op de ladder. Het betekent dat we er niet in geslaagd zijn om deze generatie een belangrijke basiswaarde mee te geven. Dat we ook bij hen ondernemers nodig hebben. En dat het zonder ondernemers niet werkt.