Columns
Ieder zijn illegaal. Intellectuele oneerlijkheid in het debat over illegalen.
Een multimiljonair geeft een rondleiding in zijn reusachtige New Yorkse penthouse. Na 12 slaapkamers en 8 badkamers, nemen ze de trap naar het dak. Daar zien we een schamel huisje met enkele in lompen gehulde mensen die zich warmen aan een vuurtje uit een ton. En de miljonair zegt : “Kijk, voor onze liefdadigheid hebben we zelfs ons eigen arme gezin.”
Ik moest aan dit wrange verhaaltje denken toen afgelopen week de discussie losbarstte over het Kazachstaanse gezin dat men wil uitwijzen. In de traditie van de onlangs overleden Guido Tastenhoye lijkt het immers dat voortaan iedere buurt, iedere school en iedere politieke partij zijn ‘illegaal’ heeft.
We moeten vandaag alle zeilen bijzetten om slachtoffers van politiek geweld een veilige haven te bieden. Nog te veel slachtoffers bereiken die haven niet. Maar gelukzoekers, mensen die een beter leven zoeken in een vreemd land, zijn iets anders. Je weet dat voor ieder verhaal er minstens 1.000 gelijkaardige verhalen bestaan van mensen en gezinnen die niet tot bij ons geraakten, of die zich aan de migratieregels hielden.
Ten tijde van het ongecontroleerde beleid uit het verleden weerklonk in de publieke opinie de Pim Fortuyn-stelling dat ‘het land vol was’. Natuurlijk was het land niet vol, maar de taal die van toog tot zondagse tafel gebezigd werd was rauw, ongenuanceerd en vaak racistisch. Ondertussen is het asielprobleem onder controle. En plotseling duiken de actiecomités als paddenstoelen uit de grond, om dit of dat gezin tegen alle afspraken en regels in toch hier te houden. Kinderen poseren met hun klasgenootjes, de perfect geïntegreerde papa tussen zijn collega’s en moeder kookt bloemkool met worst.
Veel van die gezinnen zijn inderdaad goed geïntegreerd, soms beter dan de stamgasten van café ‘de Vlaamse Leeuw’. Maar we maken onszelf iets wijs als we niet denken aan die miljoenen gelijkaardige gezinnen die zich ook graag willen integreren. Gezinnen die u de garantie geven dat ze nog betere collega’s worden, met kinderen die nog hogere cijfers halen en nog accentlozer praten dan zij die hier al zijn.
Dat kinderen niet van school geplukt mogen worden en dat wie onnodig lang moet wachten geregulariseerd wordt, daarover bestaat geen discussie. Maar is integratie een reden voor legalisering na een gerekt illegaal verblijf? Mij lijkt dit de aanzet tot een nieuwe vorm van racisme. Op populistische fora lees je nu al dat ‘de politiek de geïntegreerden terugstuurt, maar dat de bruine dieven mogen blijven’. Wie wit is, zijn accent kwijt is en niemand in de buurt of op het werk voor de voeten loopt mag blijven. Maar het gezin dat wat bruiner is, meer moeite heeft met onze taal, of een zoon of dochter in een baldadige puberteit heeft, dat moet eruit. Ook wie van zijn hart een steen maakt ziet de mensen, de familie en de gezichten achter de cijfers. Maar vergeet nooit de gezichten die we niet zien. Of die je niet wil zien.
Een situatie waarbij enkel diegene kan blijven die een actiecomité, een school of een krant achter zich krijgt, is fundamenteel oneerlijk. We moeten de moed hebben om fundamentele antwoorden te geven in plaats van met goedkope emoties te leuren. Hoeveel mensen en gezinnen, op zoek naar een beter leven, kan ons land dragen? Hoe kiezen we wie van al die miljoenen binnen mag en wie niet? Wat doen we met wie hier illegaal is? En welk signaal geven we naar wie in de toekomst voor illegaliteit kiest? De antwoorden zijn niet aangenaam, want intellectuele eerlijkheid doet pijn. Maar hypocrisie en populisme zijn het enige alternatief.
Print deze pagina