Columns
Nepsollicitaties en andere etiketten. Als remedies onverdraagzaamheid creëren.
Tags: Sociale ongelijkheid, Diversiteit, Economie, Onderwijs
Enthousiast stond ik op het punt om de petitie van Vaka/Hand in hand tegen racisme en onverdraagzaamheid te tekenen. Maar halverwege de tekst bedacht ik me. Niet omdat ik het oneens zou zijn met de kerngedachte. Ik sta achter de locomotief, maar ik heb vragen bij sommige wagonnetjes die eraan vasthangen.
Neem nu die undercover-sollicitanten, waarvoor de petitie pleit. Wie op zo’n idee komt heeft echt nog nooit een bedrijf van binnen gezien. Wat bereik je ermee om nepsollicitanten van vreemde origine op pad te sturen? Bij het zien van een vreemde naam zal een werkgever al snel denken dat hij die persoon beter niet uitnodigt omdat het risico bestaat dat het om een nepsollicitant gaat. En dat zal heus niet enkel bij racistische werkgevers zijn. Redelijk wat afgewezen sollicitanten van eender welke huidskleur vinden nu al dat ze geen eerlijke kans krijgen. Er geen rekening mee houdend dat je voor een job waarvoor 20 kandidaten zijn al 20 keer gesolliciteerd moet hebben om te weten of je goed of slecht ligt.
Nepsollicitaties kunnen er ook toe leiden dat echte werkzoekenden een ‘nepsollicitatie’ meemaken. Zo van ‘we gaan vriendelijk doen, maar ze komen er wel niet in’. Erger dan onversneden racisme is gecamoufleerd onversneden racisme. Ik begrijp niets van de krantencommentaren die poneren dat het VB zijn taal moet aanpassen. Is het dan niet nodig dat ze hun ideeën, vooroordelen en standpunten aanpassen? Neen, blijkbaar is het wenselijk dat ze die verbergen. Na de nepsollicitanten de neppolitici. Vraag racisten niet om te verbergen dat ze racist zijn, maar zorg dat ze stoppen met racisme. De gemaskerde onverdraagzaamheid van Eppink is perverser dan de openlijke van Dewinter.
Vaka pleit ook voor verplichte quota. Ook hier weer ben ik het eens met de doelstelling, maar niet met het middel. Er werken inderdaad te weinig werknemers van vreemde afkomst in de private en de overheidssector. Maar met quota creëer je opnieuw een stempel op basis van etni. Groep C heeft een afdeling diversiteitmanagement en een van de basispremissen waar we van uitgaan is dat geen enkele strategie mag stoelen op een onderscheid op basis van etni. Je kan immers ieder probleem aanpakken zonder dit onderscheid.
Meten en ondernemen moeten gescheiden worden. Om te meten mag je een groep aanwijzen. Of men de diversiteitsgraad dan onderzoekt door naar eigennamen te kijken of via een telefonische bevraging blijft gelijk. Maar op het niveau van het individu mag etni niet spelen. De overheid kan een banenkaart invoeren die een merkelijke korting op werkgeverslasten oplevert, maar die op niet-etni-gebonden criteria gebaseerd is. Iemand verdient bijvoorbeeld dit duwtje in de rug als moeder niet gestudeerd heeft, woont in een woning die maar een bepaald aantal kamers telt en heeft niet meer dan een omschreven studieniveau gehaald. Het voordeel van deze benadering is dat deze vorm van positieve discriminatie niet op iemands gezicht plakt. Het speelt met andere woorden niet meer mee eens men tussen de collega’s op de werkvloer staat. In realiteit zullen uiteraard heel wat werkzoekenden van vreemde origine eerder aan deze criteria beantwoorden. Maar ook een kleinere groep Vlamingen in dezelfde situatie. Je mag groepen meten, maar je mag individuen nooit openlijk het etiket van een groep opplakken.
Print deze pagina