Noël Slangen - Home

Columns

Proud Mary heeft een punt. Over de digitale toekomst van de VRT.

De Morgen, 24 juni 2006

 

In een verrassende opflakkering van creativiteit bedacht Eric Van Rompuy VRT-baas Tony Mary met de titel ‘Proud Mary’. Daar zit iets van waarheid in. De driestheid, om niet te zeggen onhandigheid, waarmee de VRT-baas de degens kruist met de politiek is verbazend. De vergelijking ‘een olifant in een porseleinkast’ is intussen een understatement. Mary schijnt het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen schromelijk te onderschatten. Want hij heeft gelijk. Pijnlijk gelijk.

Een openbare zender moet een ijkpunt zijn, een schrikbeeld dat commerciële zenders verplicht om in kwaliteit te investeren. In het Verenigd Koninkrijk lukt dat dankzij het instituut BBC. Commerciële concurrent ITV brengt er televisie van een kwaliteitsniveau waar Vlaamse zenders vaak niet aan kunnen tippen.

Dat kwalitatieve ijkpunt is de hoofdtaak van de VRT. Dat kost centen, maar daarover gaat de discussie tussen VRT en haar voogdij niet. Hoogstens spelen in de achtergrond spelers die van de discussie gebruikmaken om ook deze taak te verstoren.

De discussie gaat over de zogenaamde ‘digitale themakanalen’. Uitgerekend op dit vlak lijkt Mary het slachtoffer te worden van zijn eigen visionair vermogen. De manier waarop we met media omgaan zal in de toekomst immers fundamenteel veranderen. Zoals vandaag al heel wat Vlamingen een schuchtere lade vol dvd’s hebben, zal televisie in de toekomst evolueren naar een systeem waarbij de kijker zich ‘virtueel’ kan bedienen van talloze ‘ladekasten’ vol programma’s. ‘Net gemist’ is een eerste voorbeeld. Maar naarmate de techniek eenvoudiger wordt zullen wij alsmaar meer op maat kijken.

Stel je het historisch archief van de VRT maar eens voor als een immense kast vol dvd’s. Als dit aangevuld wordt met een breed en thematisch bijkomend aanbod kan je honderden kanalen aanbieden. Natuurlijk wil de kijker er geen honderden maar wenst hij een herkenbaar en duidelijk aanbod. Daar duiken die acht kanalen op. Maar ze zijn niet de essentie, ze zijn enkel het schoteltje waarop het aanbod gepresenteerd wordt. Het argument dat het thematische BBC-aanbod amper 4 procent kijkers bereikt houdt daarom geen steek. Toen de BRT met kleurentelevisie begon had ook amper iemand zo’n toestel.

Uiteraard moeten alle programma’s uit die immense ‘ladekast’ al eens gratis te zien zijn. Maar wie de VRT verbiedt om tegen betaling een specifieke dienstverlening rond dit aanbod te ontwikkelen, gaat voorbij aan de snel wijzigende technische omgeving. Vandaag betaalt de Vlaming al een halve euro om mee te bepalen welke artiest naar het Eurovisiesongfestival gaat. De laagste inkomens geven verhoudingsgewijs meer uit aan huren en kopen van dvd’s, internet- en telecommunicatiediensten dan wie ook. Deze evolutie is niet te stoppen. Het getuigt dan ook van misplaatst paternalisme om nostalgisch terug te willen naar de tijd van ‘Schipper naast Mathilde’, toen heel Vlaanderen hetzelfde kijkgedrag deelde.

Televisiegebruik zal alsmaar meer lijken op dat van een I-pod. Dat die vergelijking voor veel lezers, en niet het in het minst voor de politici, Chinees is illustreert het probleem. De helft van de politieke klasse laat haar e-mails uitprinten door een secretaresse omdat ze te weinig van een computer begrijpen. Tony Mary, met zijn IBM-achtergrond, heeft dat inzicht wel. Maar zijn stijl staat de overdracht van die kennis in de weg. Het blijft desondanks vooral de taak van een politicus om naar dat visionaire te streven, ook en vooral in hetgeen men technisch amper begrijpt.