Columns
Radio 1 mag geen formule zijn. Geef Radio 1 niet in handen van marketeers.
Tags: Media, Communicatie, Marktonderzoek
Sociologen verstaan de kunst om het verleden perfect te
analyseren. Ze maken zichtbaar wat onzichtbaar voor ons oog gebeurt
onder de motorkap van het leven. En ze herkennen de patronen in wat
terug komt uit het verleden. Maar die sociologen slagen er doorgaans
niet in om te voorspellen wat er morgen zal gebeuren. Vooral niet
wanneer een nieuwe trend of omslag zich aandient. Dat voorspellend
vermogen komt meestal van kromdenkende mensen, ondernemende mensen,
creatieve mensen of licht tot prettig gestoorde mensen. Marketeers
lijken wel wat op sociologen. Ze kennen de regels die traditioneel van
een product een gegarandeerde ‘seller’ maken. Met hen kan je op beide
oren slapen. Maar marketeers scoren zelden een hit. Die ontstaan bij
nerds die in hun garage een bedrijfje starten, bij verknipte
uitvinders, out-of-the-box-denkers of bij koppigaards die blijven
vechten voor het eigen gelijk. Waar waren dit soort mensen toen de
marketeers Radio 1 om zeep hielpen?
De nieuwe Radio 1 ademt een
formule. En die formule klopt als een bus, want marketeers kennen hun
vak. De vraag is echter of je een ‘product’ als Radio 1 in handen moet
geven van marketeers? Een meerderheid van de luisteraars wil inderdaad
‘gezellige jongens onder elkaar’-radio. Maar die meerderheid is
intussen goed bediend met het gros van de andere zenders. Wie gewoon
een inhoudelijke praatzender wil met informatie, cultuur, debat,
beschouwingen en reportages zonder meer, mag dat op zijn buik
schrijven. En dat is geen kwestie van tegen verandering zijn, want er
moest wel degelijk iets veranderen aan Radio 1. De groeiende overdaad
aan ‘kijk hoe leutig wij zijn’ mocht er wat mij betreft uit. Wie zin
heeft in dat soort leute – en ik heb die behoefte ook soms – schakelt
gewoon over naar Studio Brussel of Q Music. Maar op onze vertrouwde
frequentie krijgen we nu meer van hetzelfde, met daartussenin schijfjes
van het populairste van de oude Radio 1.
‘Meer van hetzelfde’
verkoopt natuurlijk goed. Als ‘De Celestijnse belofte’ een hit is,
volgt een stroom van nagenoeg identieke zweverige boeken. Na de ‘Da
Vinci Code’ volgde het ene mysterie het andere raadsel op. Steeds
hetzelfde boek, met net genoeg wijzigingen. Net hetzelfde op televisie.
Als iemand op het sterke idee komt om wetenschap en detectivewerk te
combineren in een serie als CSI, is de eerste vraag van televisiemakers
niet hoe ze meer van dit soort originele ideeën kunnen ontdekken, maar
overstelpen ze ons met varianten van hetzelfde. Met intussen talloze
CSI’s en andere klonen die skeletten, profielen of andere bewijsstukken
herkauwen. En wie zijn wij om die uitgevers en televisiebedrijven
ongelijk te geven? Zouden niet uitgerekend wij, als risicomijdende
Vlamingen, de eersten zijn om dit veiligspelen tot kunst, norm en ‘goed
bestuur’ te verheffen?
Als Radio 1 uw of mijn eigendom zou
zijn, zouden we hem waarschijnlijk exact maken zoals hij nu klinkt. Het
zou ons verzekeren van een vast rendement, met weinig kans op
superwinst, maar wel stabiel en ongevaarlijk. Als we daarentegen
Branson of Frère zouden heten en al een aantal goedlopende
gelijkklinkende producten zouden hebben, zouden we Radio 1 en Klara
eerder in handen geven van de beeldenstormers. Belangrijke
mediabedrijven behouden een stuk van hun middelen voor buitenbeentjes,
uitspattingen en experimenten. Ze doen dat niet omdat hun raad van
bestuur bestaat uit Moeder Theresa’s. Wel omdat ze donders goed weten
dat alleen waar risico genomen wordt soms iets uitzonderlijk scoort.
Het
is triest dat de VRT onderneemt zoals een voorzichtige middenstander.
We moeten geen steen werpen naar de mensen die vandaag verantwoordelijk
zijn voor Radio 1. Net zoals de marketeers doen zij hun job en doen ze
die zoals van hen verwacht wordt. De verantwoordelijkheid zit aan de
top. En bij de politiek. Vanaf het moment dat een openbare omroep
risico’s neemt en op niches speelt, roept men dat er belastinggeld
verkwist wordt. Als men daarentegen hoge cijfers scoort omdat men kiest
voor een plat marketingproduct wordt de oneerlijke concurrentie aan de
kaak gesteld. Weet men eigenlijk wel wat men wil? Ja, is het antwoord.
We willen van alles iets, niet om echt voor te zijn, niet om echt tegen
te zijn, spits en toch gezapig, niet plat maar ook niet onplat en
liefst niet het een of het ander. En dat is exact wat de marketeers met
Radio 1 gedaan hebben.
Print deze pagina