Columns
Rookvrij of rook vrij? Waarom zo laks in het afdwingen van rookverbod?
Tags: Politiek, Economie, Actualiteit
Eén januari wordt een datum waarop om een glas extra te heffen. Na talloze andere landen wordt ook bij ons een rookverbod in eetgelegenheden van kracht. Correctie, van die eetgelegenheden waar de omzet voor minder dan één derde uit eten komt. Maar dat is niet de enige onduidelijkheid. Het is vandaag een goedbewaard mysterie in welke mate onze overheid bereid is om de wet die ze zelf gestemd heeft, ook daadwerkelijk af te dwingen.
Wat voor zin heeft het om een wet te stemmen als men vervolgens de toepassing van die wet in een waas van onduidelijkheid hult? Er is een gelijkaardige wet die zegt dat honden niet thuishoren in eetgelegenheden. Ik behoor tot een minderheid met een hardnekkige hondenallergie, en kan de toepassing van die wet dus goed evalueren. U mag raden hoe vaak ik al op restaurant zat met niesbuien, branderige ogen en rode vlekken op handen en hals? Een vriendelijke opmerking lijdt al snel tot banbliksems. En weerleg maar eens het argument van een vriendelijke mevrouw die een allergie probeert te weerleggen met het argument dat het ‘zo’n ontzettend lieve hond’ is. Ik heb begrip voor mensen die zielsveel van een hond houden, en die niet begrijpen dat een huisgenoot waarmee ze knuffelen en die men soms van het eigen bestek laat eten door een wetgever als ‘onhygiënisch’ bestempeld wordt. En wat moeten we denken van de horeca-uitbater die niet graag klanten mis loopt, of harteloos overkomt als hij een hond de deur wijst?
Iedereen verdient op dit vlak begrip, maar niet de overheid. Op dat ogenblik is immers een overheid nodig die een wet af dwingt. Waarbij een uitbater zich kan verschuilen achter hoge boetes, zoals dat met het rookverbod in Italië en Ierland het geval is. Deze landen hebben een hardnekkiger traditie wat roken betreft. Maar een duidelijke en daadkrachtige overheid heeft ervoor gezorgd dat er van schemerzone’s geen sprake is, en de rook rond de wet verdwenen is. De bevolking heeft er zich inmiddels neergelegd bij deze nieuwe feitelijkheid en heeft zich aangepast aan de nieuwe situatie.
Het doet me denken aan het credo dat “In Nederland alles mag maar niets kan” en dat in België “Niets mag maar alles kan”. De fans van vrijheid blijheid die doorgaans dwepen met de VS, dezelfde aanhangers van onbeperkte snelheid, wapenbezit en kernenergie, moeten toch weten dat er geen land strenger tegen rokers is dan de overheid én de bevolking in de VS.
In ons land regeert de onduidelijkheid. Waar mag het nu, en waar niet? Gaat men nu optreden, of gaat het om een goedmenend advies? Welke argumenten krijgt de horecauitbater in handen?
In plaats van duidelijke communicatie schotelt men ons een idioot spotje voor met rokende dieren, dat vervolgens hals over kop afgevoerd wordt. De realiteit is dat het aan politieke moed ontbreekt om tegen de fenomenaal grote groep van rokers in te gaan. Al snel wordt dan geschermd met het begrip ‘verdraagzaamheid’. Verdraagzaamheid tussen rokers en niet-rokers werkt in theorie, maar in de praktijk zijn de niet-rokers het slachtoffer. Ik twijfel eraan of iedereen die in een restaurant zit akkoord zou zijn als bij ieder glas dat iemand drinkt, een gedeelte van de alcohol in het bloed van de tafelbuur terecht zou komen. En hoe zouden graatmagere dames die dagen op water en fruit leven reageren als zij calorieëren zouden binnen krijgen bij iedere lekkere vette hap die ik neem? Dat is nochtans exact wat het effect is bij roken. Ook wie er voor kiest om niet te roken, rookt mee.
Print deze pagina