Columns
Vorst in het land. VW Vorst maakt onze kwetsbaarheid duidelijk.
Tags: Politiek, Economie, Actualiteit
Eén busongeval met 15 slachtoffers is groter nieuws dan 15 ongevallen met 25 slachtoffers. Op dezelfde manier hebben afslankingen of sluitingen van grote bedrijven een grotere impact op onze economische gemoedsgesteldheid dan vergelijkbare gebeurtenissen bij een resem kleine bedrijfjes. Het verdriet en de woede van de werknemers van VW Vorst kan je niet rationaliseren. Hun kramp in de buik, druk op de borst en verdwazing in het hoofd kunnen de meesten onder ons zich niet voorstellen. Maar dat ontslaat een samenleving niet van de plicht om ook rationeel naar de situatie en vooral de toekomst te kijken.
Heeft de overheid voldoende gedaan voor Vorst? Wellicht alles wat in hun mogelijkheden ligt. Enkel het VB of een verdwaalde populist durft het tegendeel beweren zonder weggehoond te worden. De vraag voor de toekomst is of wij verbaasd moeten zijn dat Vorst verdwijnt, of dat we verbaasd moeten zijn dat er toch nog zoveel auto-industrie in ons land is. Dankzij de werkkracht van onze werknemers en de recente maatregelen van beide regeringen kunnen we nog steeds de concurrentie met onze buurlanden aan. Maar op de lange termijn zal de concurrentie met de lagelonenlanden moeilijk houdbaar blijven. Onze werkkracht is legendarisch. Maar het wordt alsmaar duidelijker dat we het met deze gave van zweet en spieren niet zullen redden.
Woorden als innovatie, creativiteit of kennisindustrie klinken vandaag nog als holle begrippen. Maar ze kunnen de opening zijn tot een nieuwe aandacht voor de kracht van bezit en intellectuele eigendom. Over hoeveel tewerkstelling wordt in België zelf beslist? Hoeveel topmerken bezitten wij? Hoeveel wereldbedrijven bezitten wij? Hoeveel patenten, rechten en ideeën? Wij gaan diep voor ons eigen huis en tuintje, maar verkopen tezelfdertijd onze bedrijven aan buitenlandse spaarders. Een samenleving die terecht opgeeft dat ze over het beste onderwijs beschikt zou daar beter wat meer mee doen.
Ons kernprobleem zit in ons gebrek aan ondernemerschap. Dat gebrek maakt ons afhankelijk en zwak. De Vlaming of de Belg gelooft niet in ideeën en bedrijfsbezit, ze geloven in hard werken en zweet. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Maar als we niet gaan houden van gek zijn, flirten met risico en gaan houden van de arrogantie ambitie om ergens de baas te willen zijn, kunnen we het in de toekomst vergeten. In het beste geval worden wij een doorgangsland en een logistiek centrum. En zelfs dat alleen maar als we er in slagen om de Prada-bende uit de Brusselse rand ervan te overtuigen dat in zo’n klein land luchtverkeer afstoppen een daad van maatschappelijk terrorisme is.
We moeten niet langer leren om goedkoper te produceren. We moeten leren om duurder te verkopen. Producten duurder verkopen betekent dat we ons meer moeten toeleggen op het bedenken van producten, het geven van persoonlijkheid aan die producten en het verkopen van die producten. Onze toekomst kan er nooit uit bestaan dat we dingen goedkoper of sneller kunnen maken dan anderen. Wanneer we daar al in slagen, zoals in Vorst, zal het verschil zo marginaal zijn dat nationalistische motivaties de bovenhand halen. We moeten er voor zorgen dat onze hersenen het centrum van onze economie worden, en niet langer onze handen.
Print deze pagina