Columns
Wie gelooft die peilers nog? Trekken media conclusies uit foute peilingen?
Tags: Politiek, Media, Communicatie, Marktonderzoek, Actualiteit
‘Een goede vriend zal u om raad vragen. U zal een hindernis tegenkomen die u terug doet denken aan vroeger. Deze week zal de kleur geel een rol spelen in uw leven.’ Als horoscopen voorspellingen doen, is er wel altijd één juist. Wat juist is valt op, wat er hopeloos naast zat verdwijnt onder het tapijt. Dat is ongeveer hetgeen de opiniepeilers nu zullen opvoeren. Ze zullen net dat getal eruit halen dat wél de realiteit benaderde, om te bewijzen dat hun job meer betekent dan het lezen van koffietassen of ingewanden van een vis. Dat geen enkele opiniepeiler de fundamentele verrassingen van de verkiezingen heeft voorspeld, worden wij verondersteld even te vergeten. Niemand van hen voorspelde het effect Dedecker of dat SP.a onderuit zou gaan. En dat zijn toevallig wél de twee belangrijkste feiten van deze verkiezing.
Hebben opiniepeilingen impact? Ze zijn zoals reclame: ‘Ik laat mij niet beïnvloeden door reclame, want ik koop alleen bekende merken.’ Alhoewel iedereen de peilingen achteraf in vraag stelt, worden ze alsmaar gretiger uitgesmeerd in de pers. Ze scheppen een virtuele realiteit, waarbij winst of verlies zelfs aan peilingen wordt afgemeten. Wie zoveel geloof hecht aan peilingen moet Dedecker en Open Vld tot winnaars uitroepen, en al de anderen – CD&V/NV-a incluis – als meelijwekkende verliezers, want ze haalden minder dan de peilingen. Groen verloor een derde van zijn kiezers... in vergelijking met de peilingen. Onzin natuurlijk. En toch weten we vandaag al dat wij in 2009 (en daartussenin) zullen getrakteerd worden op dezelfde soort wichelroederij. En dat verstandige mensen met ernstige blikken hieraan grote conclusies en analyses zullen verbinden.
Is marktonderzoek dan waardeloos? Neen, maar marktonderzoek is net zo moeilijk te lezen als de getallen die de weercomputers van het KMI uitspuwen. Je kunt politiek marktonderzoek niet vertalen in enkele absolute staafdiagrammen. Je kan een aantal metingen doen, enkele vergelijkingen en interpretaties en daaruit een proeve van voorspelling halen. Zoals Armand Pien, waarvan men zich ook vooral die momenten herinnerde dat hij ernaast zat. Marktonderzoek is geen materie voor media, maar voor wetenschappers en analisten. En de vraag op wie men denkt te gaan stemmen is in dat verband wel de slechtst mogelijke en meest irrelevante vraag.
Is behoorlijk politiek marktonderzoek dan onmogelijk? Toch niet. Maar twee elementen maken goed marktonderzoek onbereikbaar en oninteressant voor onze media. Ten eerste kost kwalitatief marktonderzoek veel geld, immens veel geld. Geen enkel medium in ons land kan dat betalen. Dus solfert men ons goedkoop internet- en telefonisch onderzoek op. Men maakt dat ‘representatief’ door bepaalde groepen voor te nemen op andere. Stel je voor dat je voor de ingang van een wapenclub staat om te peilen of de wet Lejeune wel streng genoeg is. De ene na de andere veertigjarige man met snor loopt binnen. Dus daar neem je er maar enkele van en vervolgens ondervraag je iedere jongere of vrouw die de wapenclub binnengaat. De rest laat je passeren. Resultaat is een staal dat dezelfde samenstelling heeft als de doorsnee bevolking. Maar natuurlijk is dat geen doorsnee staal. Zoals je in een winkelstraat geen representatief staal tegenkomt en mensen die op internet een onderzoek invullen geen doorsneemensen zijn.
Een tweede reden waarom politieke marktonderzoeken niet geschikt zijn voor media is dat een degelijk onderzoek zeer veel verwerkingstijd vraagt. De onderzoeken van professor Billiet zijn uitstekend, maar je moet er wel langer dan een jaar op wachten. Interessant wetenschappelijk en strategisch materiaal, maar voor de media nog slechts goed voor een kolommetje op pagina 13.
Wedden dat ze er binnenkort weer aan komen, de opiniepeilingen? En dat niemand zal durven opmerken dat de cijfers geen kleren aan hebben?
Print deze pagina