Noël Slangen - Home

Columns

Ziekenhuizen en kermissen. Waar zien decision makers dé mensen?

De Morgen, 5 augustus 2006

 

Een van mijn eerder onverwachte adviezen is dat decision makers vaker naar ziekenhuizen moeten gaan. Of naar kermissen. Dat zijn namelijk plaatsen waar je dé mensen ziet. Niet enkel mensen die je dag in dag uit tegen komt, het slag volk dat De Morgen leest, maar een onverwachte, soms ontluisterende, doorsnede van de bevolking. Voor mij is die doorsnede minder verrassend, want ik stam uit een van de laagste lagen van dit mensenvat. Bij het doorkruisen van die lagen vindt je nochtans soms het antwoord op vraagstukken die ons pad kruisen.

Binnen dik een maand krijgen eigenaars van een kroost met de juiste leeftijd bijvoorbeeld een schoolpremie die de dure septembermaanden draaglijker zou moeten maken. Dat werkt niet. Toen ik kind was diende de studiebeurs om achterstallige stroomrekeningen te betalen. En wat overbleef stroomde gedurende een uitgelaten weekend uit de tapkraan van een café. De dure schoolkosten waren dan al achter de rug, en waren als vanouds uitgemond in een selectief aankoopbeleid dat van meet af duidelijk maakte wie het uitschot was, wie geld had en wie veel geld had.

Ook bij de SP.a is het geloof in gratis blijkbaar verdwenen. Nochtans is voor onderwijs gratis de beste optie. Zorg er gewoon voor dat in het lager en secundair onderwijs alles, tot het kleinste detail toe, gratis is. Want als onderwijs geen basisvoorziening is, wat dan wel? Zelfs redenerend als de rekenende ondernemer die ik vandaag ben, heb ik er het meest aan dat men mijn kostbare belastinggeld gebruikt om een volk van superbekwame goedopgeleide gemotiveerde toekomstige werkkrachten te maken.

Als vierdewereldproduct mag ik zonder bekogeld te worden door goedmenende universitairen stellen dat wat sturend paternalisme vanuit de overheid geen slechte zaak is. Sociale emancipatie betekent  helaas dat kinderen soms ook tegen hun ouders moeten beschermd worden. Gratis onderwijs is daarvoor een betere oplossing dan al het gedoe met aftrekken, premies en andere ondoorzichtige en gefragmenteerde trucjes.

Iets anders van dezelfde strekking: we zien alsmaar meer staaltjes van wereldvreemdheid bij onze magistratuur. Terwijl een gemoderniseerde politie alsmaar efficiënter en moderner de dagdagelijkse criminaliteit benadert, botst men tegen een alsmaar hogere muur van disfunctioneren bij onze rechtbanken. Men schijnt er geen enkel inzicht of besef te hebben van de wereld in de straat. Integendeel, ondanks de aanwezigheid van een kwalitatief hoogwaardige minderheid wordt de magistratuur vooral bevolkt door een klasse die vindt dat ze miskend wordt en niet meer de nodige egards geniet.

Wanneer men de eigen functie ziet als een degeneratie van een mooi maar vervlogen verleden ontstaat een foert-houding die een maatschappij recht in het hart treft. Maar er bestaat geen grotere bron van onrecht dan frustratie. De enige manier om dit tegen te gaan is er voor zorgen dat de magistratuur een betere afspiegeling van de maatschappij wordt.

Men mag niet interveniëren in de rechtspraak zelf, maar de politiek heeft wel de taak en de plicht om maatregelen te nemen die het justitieapparaat bij de tijd houden. Zelfs al schreeuwt dat apparaat voor het minste moord en brand. Daarom moet de toegang voor mensen met een andere, lagere sociale achtergrond tot de magistratuur bevorderd worden. Op die manier krijg je niet alleen terug mensen die fier zijn op de maatschappelijke taak die ze uit oefenen. Maar het zorgt ook voor een realistischer weerspiegeling van de maatschappij, zoals we die we in haar ware vorm zien... in ziekenhuizen en op kermissen.