Noël Slangen - Home

Columns

Antwoord van Bert Kruismans

De Morgen, 15 oktober 2005

Tags: Cultuur

 

Beste Noël,

Met trillende handen zit ik achter het toetsenbord. Ik ben werkelijk van de hand Gods geslagen (Is God nog met een hoofdletter dezer dagen?). Twee verpletterende waarheden moet ik na het lezen van jouw brief onder ogen zien. Eén: Noël Slangen is dé redder van het Atomium! Aan jou hebben we het te danken dat 's lands trots straks weer schittert. We moeten met zijn allen blij zijn dat je collega's op het kabinet die hete aardappel naar jou hebben doorgeschoven. En ze hadden natuurlijk gelijk. Het Atomium is communicatie, en ook nog lifestyle, misschien is het zelfs wellness. Wie zal het zeggen?

De tweede waarheid die vanuit jouw brief in mijn gezicht spat, is pas echt verbijsterend. Jij kent mij, Noël! Jij voelt mij aan, jij hebt gewoon een verdomd hoge emotionele intelligentie! Hoe kun jij nu weten dat ik 'iets' heb met die Expo in het algemeen en met dat Atomium in het bijzonder. Het is een geheim dat ik al mijn hele leven meedraag, dat ik nog nooit aan het journaille heb meegedeeld, maar jij wist het, al die tijd, diep van binnen. Ik ben geboren acht jaar na de Expo en heb het dus spijtig genoeg niet mogen meemaken, die tijd dat België trilde van opwinding. Na de oorlog, de repressie en de verscheurende koningskwestie zou het eindelijk beter gaan. Dat voelde je gewoon, het hing in de lucht. Amerikaanse bedrijven brachten ons jobs, Elvis Presley en wit brood. Kongo met zijn schattige zwartjes was van ons en zou het natuurlijk nog jarenlang blijven. De vrienden van Paul Vanden Boeynants sloegen het oude Brussel plat voor de tunnels van de kleine ring. En bij Sabena kon je met een helikopter van Brussel naar Antwerpen vliegen! Als je geld had dan toch. Het is diezelfde sfeer die je vindt in de begingeneriek van Kapitein Zeppos, dat enkele jaren later werd opgenomen (de dvd's staan hier achter mij). Vanaf nu kon het met België niet meer stuk. Ik was er niet bij als peuter, ik groeide op, niet met Expo-brood, maar met de Eddy Merckx-variant, maar dat naïeve geloof in de vooruitgang blijft mij ontroeren.

Heb je ooit die fantastische beelden gezien van Belgavox waarop seksbom Jane Mansfield een bezoekje brengt aan het Atomium in opbouw? Mansfield en de bollen, de link was snel gelegd en seksisme stond nog niet in het Groene Boekje. De trippelpasjes in de modder, het obligate decolleté, de blikken van de arbeiders, moet je echt eens bekijken, jij kent wel de juiste mensen die jou de band kunnen bezorgen. Op dezelfde filmspoel zie je het Atomium ook verrijzen. Arbeiders met een peuk tussen hun tanden werken bovenop de bollen, vorstverlet bestaat niet, ze doen het zonder helm, zonder veiligheidslijn. Af en toe kwam er dan ook eentje naar beneden, maar daar deden ze toen niet moeilijk over. De weduwe kreeg een brief, een medaille en een overlevingspensioen. En de rest werkte voort, want ze zaten met een fameuze vertraging op het werkschema. Kan het nog Belgischer? In mijn vorig leven als televisieredacteur heb ik ooit de aannemer van het Atomium in de studio gehaald. Hij vertelde me dat hij op de openingsdag voor de aankomst van koning Boudewijn nog snel de laatste bouten moest vastschroeven, maar hij mocht niet meer binnen op het Expo-terrein! De man moest eerst een kaartje kopen zodat hij het Atomium toch kon afwerken. Een fantastisch verhaal, maar geen uniek geval, net als dat van de portretrechten van Waterkeyn.

Want wij Belgen zijn echte middenstanders. Wij willen altijd zaakjes doen. Wist je dat een Belgische Nederlander (Hans Kusters) en een Belg (Roland Verlooven) de rechten hebben op 'Olé, we Are the Champions'? Elke keer als dat lied ergens rond een voetbalveld door een krakkemikkige megafoon schalt, rinkelt de kassa. Of er ook gedokt moet worden als de spionkop zelf het lied aanheft, is mij niet bekend. Maar in 1994 was het in Japan wel het beste buitenlandse nummer als het gaat over auteursrechten. België is dus niet enkel sterk in de export van chocolade en lichte vuurwapens maar ook van 'olé, olé'. En een VRT-medewerker wiens naam ik wegens deontologische redenen echt niet kan vrijgeven, had vroeger de rechten op de jingle van de verkeersinformatie! Bij elk verkeersbericht rinkel-rinkel. Als Frank Deboosere voor de volgende ochtendspits weer eens aanvriezende mist aankondigde, kon zijn dag niet meer stuk.

André Waterkeyn - hij ruste in vrede - mag gerust zijn. Zijn opvolging hier in België is duidelijk verzekerd. Laten we de nagedachtenis van die kleine middenstander eren met de aankoop van een souvenir, en die foto moet je me zeker eens bezorgen.

Bert