Noël Slangen - Home

Columns

Antwoord van Gerda Dendooven

De Morgen, 18 februari 2006

 

Gefeliciteerd Noël,

U bent een man met zuivere gedachten.
U hoort mij goed: ik zeg zuivere gedachten en niet propere, want daar ben ik niet in thuis.
En ik zeg ook: u bent een goed man, en niet u bent de goede man, want dan bedoel ik iemand anders. U begrijpt: het is niet omdat Noël met een N begint, dat hij dan ook Sint-Nicolaas is.
Juiste formuleringen zijn bedoeld om spraakverwarring te vermijden.
En we moeten oppassen, want taal is frivool en verleidt snel tot creativiteit.
Maar bon, zo kom ik meteen tot de kern van de zaak: bezint eer gij begint en begint elke bezinning met een ontleding van de boodschap.
Zullen we uw boodschap eens samen ontleden, u en ik?
Vooraleer ik mijn wilde gedachten loslaat?
Ja?
Goed, ik begin.
Ten eerste
U zegt: ik ben geschrokken.
Geschrokken is iets tussen schrikken en schrokken. Schrikken is gezond. Schrokken daarentegen. Wat bedoelt u precies?
Ten tweede
U schrijft: Mijn kinderen willen opslag.
Welke opslag? Een opslag bij een partijtje tennis, bij volley of een ander opwindend spel? Of zijn ze misschien als clandestiene loontrekkers werkzaam in uw gezin?
U zegt: ik wil hier niet zomaar blind op vertrouwen. Hebt u al eens nagedacht over een witte stok, een geleidehond?
U zegt: toen moest ik slikken. Maar Noël, iedereen slikt wel eens en sommigen zelfs heel veel. Het hangt ervan af wat u slikt, en hoe vaak.
Ten vijfde
U vraagt hoe het bij mij zit en of ik mijn kinderen hetzelfde zou behandelen als er een zoon tussen zat?
Zeg me eens Noël, waartussen moet die zoon dan zitten?
Dus, bezint eer ge verzint.
En dat heb ik gedaan.
Hoort mijn besluit: Noël, uw brief is complexe materie.
Ik heb dus geen antwoord op uw vraag, meer nog: ik weet niets zinnigs te vertellen aangaande ongelijkheden.

Tralalie tralala.
Ik weet wel een paar andere dingen.
Ten eerste
Iedereen gelijk voor de wet is een goed begin, maar een ijzeren wet kan bijzonder onrechtvaardig zijn. Er is de regel en er is het geval. Als onze ene dochter uitgaat, zal ik iets geruster slapen dan wanneer onze andere dochter uitgaat.
Ten tweede
Vertrouw geen statistieken.
Want meisjes gaan vaker shoppen in gezinsverband en zo blijft er al eens een rokje of een paar schoenen aan hun vingers plakken en dan zeggen wij: 'Ze zijn zo lief meneer', en we betalen. Spijtig voor onze zonen.
Ten derde
Elk levend wezen is evenveel waard, niemand kan zich het recht toe-eigenen meer waard te zijn dan een ander.
We zijn allemaal maar een zak vol beenderen, bloed, uitwerpselen en nog wat stinkende sappen bovenop. Bedoeld om tot stof te vergaan. Of is degene die de fluit bezit meer waard dan degene die erop speelt?
Ten vierde
Verbod op onderwijs is een groter onrecht dan spotten met een abstracte godheid.
Ik zeg u Noël, macht en angst mogen niet in één broek wonen.
Want de machtige - bang voor eigen driften, voor andermans driften, bang om macht-af te zijn - heeft duizend en een manieren bedacht om controle te behouden.
Ik noem er vijf: kleineren, weren, negeren, insinueren, en zelfs honoreren.
Ten vijfde
Soorten zijn verschillend, anders waren het geen soorten.
Als een vrouw vandaag beslist huisvrouw te worden, is ze dom.
Als een vrouw vroeger koos voor een job was ze een slechte moeder.
Lang leve de anonieme moeders die vrijwillig een stap opzijzetten om hun man en kroost te laten schitteren.
Ten slotte
Rechtvaardigheid begint daar waar de kleinste stem ook telt.
Of ze nu scheel kijkt, één been heeft, een A-cup, krom en kaal is of thuiswerkend. Ook die stem is honderd procent (over de D-cup heb ik mijn twijfels).
En de rest is een kwestie van: hoe vol of hoe leeg het glas is.
De ene zal klagen, de andere zal verdragen.
Maar Noël, nog één vraag, van mij naar u?
Draagt u soms hoge hakken?
Stel dat u er zou dragen, zou u kunnen lachen om uw gestrompel, uw hogehakverslaving?

Vrouwen wel, ze zijn grappig van nature, al produceren ze zogezegd geen humor.
Als een vrouw struikelt, hoopt ze dat een ander erbij komt liggen zodat ze zelf minder bloot ligt.
Een vallende man zal grappend en grollend nog proberen de concurrentie onschadelijk te maken.
En ik, wat ben ik? Welke soort ben ik?
Van op mijn rug gezien ben ik een man, bovendien dop ik mijn eigen boontjes, ik ontstop afvoerbuizen, spot en spuw, op mezelf en op de rest.
Maar van voren gezien, en in profiel, lijk ik toch weer meer een vrouw.
Hoeveel zakgeld krijg ik dan Noël? Eén plus één is twee? Nee?

Groet aan uzelf en aan Bettie,

Gerda