Noël Slangen - Home

Columns

Antwoord van Jos Geysels

De Morgen, 30 april 2005

 

Dag Noël,


Ik moet je teleurstellen. Het achterste van mijn tong laat ik je niet zien. Dat lijkt mij geen smakelijk zicht. Ik ben bovendien Einstein niet.

En om het nog erger te maken: ik behoor tot een groep van mensen die, toen ze jong waren, 'verwend' werden genoemd en nu ze wat ouder zijn door (jonge) conservatieven als de 'permissieve Woodstock-generatie' gedefinieerd worden. Voor sommigen onder hen, zoals Derk-Jan Eppink, is er zelfs een rechtstreeks verband tussen het ontstaan van paars-groen in 1999 en die 'Woodstock'-generatie.

De interpretatie van de geschiedenis hangt blijkbaar af van de wijze waarop je de huidige samenleving bekijkt, van de maatschappelijke en politieke positie die je nu inneemt. Voor een babyboomer die nu hopen geld uitgeeft om er eeuwig jong uit te zien, zal 1968 waarschijnlijk een jeugdzonde of een vergissing zijn geweest. Ongetwijfeld zal hij liever het Ego-katern in deze krant lezen dan de milieurapporten over het broeikaseffect. Hij leeft immers in zijn eigen serre. Sommige oud-strijders ruilden 'de lange mars door de instellingen' in voor de korte weg van het financieel succes. Zoals sommige CEO's van grote ondernemingen, tenminste als je het jaarsalaris ontdekt dat ze zichzelf toekennen. Maar voor zover ik weet zijn dat meestal geen '68'ers. Zij koesteren een ander jaar, 1989, de val van de Muur.

Anders gezegd: de algemene conclusie poneren dat de "generatie van 1968 een van de meest egocentristische generaties is geworden" lijkt mij even absurd als 1989 als 'het einde van de geschiedenis' te beschouwen.

Ook de bewering dat de jongeren van tegenwoordig allemaal verwende kinderen zijn, is nonsens. Dat ben ik wel met je eens. Natuurlijk vinden velen onder hen Bob Dylan een oude zeur. Uiteraard lachen ze zich te pletter als ze sommige filmbeelden van Woodstock zien. Je zou voor minder. Maar vergeten we vooral niet dat in de huidige tijden de 'power' van de economie weinig ruimte laat voor de 'flowers' van de verbeelding. De tijden zijn veranderd. Ze zijn vooral hard.

Trouwens, van dé jongeren een algemene categorie maken lijkt mij ook weinig zinvol. Twintig jaar geleden stapten vele jongeren mee op in de grote vredesbetogingen en een paar jaar geleden manifesteerden veel jonge mensen tegen de oorlog in Irak. Verleden week zei verbondscommissaris Rudy Verhoeven dat de scouts "solidair willen zijn met de wereld, wereldbroederschap blijft ons motto. Dit congres maakt ook een ecologische keuze. Scouting speelt zich af buiten in de natuur en wil dat blijven kunnen. Hiervoor zijn we actiebereid". Dat is duidelijke taal. De scouts hebben misschien afscheid genomen van een aantal symbolen maar niet van hun maatschappelijk engagement. De scouts vertegenwoordigen niet de hele jeugd, dat is bekend. Maar ze rekenen wel af met nostalgische zedenprekers en sluiten aan bij de taal en de inzichten van al die nieuwe sociale bewegingen die in de naweeën van 1968 zijn ontstaan.

Er zitten dus volgens mij interessante lijnen en evoluties in de recente geschiedenis. Lijnen die met emancipatie en solidariteit te maken hebben. En die lijnen zijn belangrijker dan gemakkelijk geformuleerde stellingen of kleffe nostalgie.

In de jaren zeventig en tachtig draaide het volgens mij om zelfontplooiing. Jongeren (maar ook anderen) wilden niet langer gedomineerd worden door vaste groepen en gesloten zuilen. Die zelfontplooiing werd, zoals sociologen dat zeggen, vermaatschappelijkt. Niet het gezin of het individu werd het object van interventie, maar de maatschappij. Maar die vermaatschappelijking werd in de jaren negentig omgezet in puur individualisme en economisch vertaald in het Thatcheriaanse gezegde 'There's no such thing as society, there's only the market'. De band tussen zelfontplooiing en maatschappelijke verandering werd doorgeknipt en de calculerende burger werd geboren. De zelfontplooiing zou voortaan via de markt gebeuren. Daarmee was de kritiek op diezelfde markt ook van de baan en kon de kritiek gericht worden op de 'egocentristische generatie'.

Ik weet niet hoe de huidige scouts-generatie er binnen twintig jaar zal uitzien. Of ze zich hebben laten recupereren. Dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ze een andere lijn volgen dan de oneliner van Thatcher. "Het zit in ons bloed om onderweg te zijn en te blijven; om bergop te stappen en stroomopwaarts te roeien; op zoek naar eerlijker, mooier, juister, beter", zei Rudy Verhoeven.
Dat lijkt mij, zeker in deze tijden, een mooi mission statement. Of zie jij het anders?

Tot binnenkort,

Jos


PS: Dode vissen gaan met de stroom mee en zijn altijd zichtbaar.