Noël Slangen - Home

Columns

Antwoord van Noël Slangen

De Morgen, 19 maart 2005

 

Hallo Margot,

Helaas Margot, sinds ik afscheid heb genomen van de reclamesector zitten er geen copywriters meer in mijn werkomgeving. Bij Groep C ben ik omgeven door peinzende denkers, heldere analysten en gewiekste strategen. Een hele batterij, maar zelfs zij komen tekort om jouw probleem op te lossen. Er leeft een vreemde gedachte dat ieder probleem met communicatie op te lossen valt: een perceptiestrik die rond eender wat zijn werk zou moeten doen. Communicatie kan veel, maar zeker niet alles rechttrekken.

Terzijde ook wel even opmerken, beste Margot, dat ik mij de dokter voel die gaat biljarten om er eens even uit te zijn, en die vervolgens van zijn biljartmaten het ene na het andere gezondheidsprobleem voorgeschoteld krijgt. Ik beloof nu al plechtig dat ik Bert volgende week niet ga vragen om iets grappigs te vertellen. Maar wees gerust. Na de vleiende manier waarop je in de aanhef mijn veel te omvangrijke ego heb gestreeld, kan ik onmogelijk weigeren.

Het probleem met je Poolse buurman is in feite oer-Vlaams. Polen deelt met Vlaanderen een verleden van externe overheersing. Door natie na natie werden beide landen onder de voet gelopen. Het heeft een bijzondere paradox in onze genen verankerd: onderdrukte volkeren bouwen een pak introverte agressie op. Het maakt van Vlamingen (én van Polen) aan de ene kant mensen die gruwen van het open debat of bij de vrankheid waarmee Nederlanders problemen 'in de groep gooien'. Maar aan de andere kant zit er een grote hoeveelheid agressie, woede en soms pure slechtheid onder dat vriendelijke laagje vernis.

Uitgerekend wat geen weg naar buiten vindt, toont zich heimelijker, geraffineerder en finaal veel harder. Laat er na je relaas geen twijfel over bestaan: de onverstoorbare vriendelijkheid van je buurman is een vorm van agressie die de aanleiding was voor je wat slappe beginreactie. Stapje per stapje is de strijd nu tot een niveau gestegen waar jij noch je buurman zonder die tussenstapjes voor zouden kiezen. Het stepping-stone-fenomeen dat we vaak zien in sociale conflicten, opbod tussen concurrenten en natuurlijk in burenruzies. Waarbij het alsmaar moeilijker wordt om uit te maken wie nu precies wanneer uit welke bocht ging. Antifascisten die Blokkers of hun wagens molesteren zijn de ultieme verliezers, want zij worden wat ze bestrijden. Nu durf ik jouw André Hazes-offensief niet op dezelfde lijn te plaatsen, maar het betekent wel dat je in deze ronde de strijd verloren hebt. Dat 'Nice music'-briefje was de ultieme knock-out. Reutelend lig je nu onder de Poolse rock. En wat nu?

Mogelijkheid één: je brengt een derde partij in het spel. Die zit niet in het opbod en kan vanuit een nieuw standpunt voor het doorbreken van de situatie zorgen. Een andere buurman of buurvrouw, of de conciërge? Mogelijkheid twee: je betrekt iemand tegen zijn zin in het conflict. Bijvoorbeeld de huiseigenaar die aan je buurman verhuurt, en liever met je buur dan met jou in discussie gaat. Mogelijkheid drie is de Atilla de Hun-aanpak: je bedenkt het ultieme toelaatbare dat je kunt doen, en dat doe je. Maar denk vooraf goed na, want een bekend Italiaans machtstheoreticus, wiens geschriften beter zijn dan zijn reputatie, schreef ooit dat je nooit aan een strijd mag beginnen die je niet bereid bent om tot het bittere einde te voeren.

Volgende week het met Bert misschien eens hebben over die vreemde menselijke drijfveren waarbij de mens zich het ene moment bij alles neerlegt en aanpast en op andere momenten voor een niet te stoppen confrontatie kiest.

Oh ja Margot, over mijn fysieke gelijkenis met mijn voormalige klant, ook wel premier van dit land: tien tot twintig jaar geleden zou je me beledigd hebben met zo'n vergelijking. Verhofstadt zag er op televisie toen als een absolute etter uit. Misschien vandaag ook wel mijn probleem. Maar intussen is Guy een innemend en soms wat jongensachtig staatsman. Er is dus ook voor mij nog hoop. Toch even relativeren. Laatst werd mijn oog gevangen door een foto van een zeer sympathiek ogende oude heer. Het soort vriendelijke en vertrouwen wekkende blik, doorgriefd van ervaring en mededogen, waar je je leven aan zou toe vertrouwen. Het soort mens die men zich als vader of grootvader zou wensen. Onder de foto las ik tot mijn ontzetting dat die vriendelijke man Paul Schäfer was, voormalig nazi-arts en folteraar onder Pinochet. Gelukkig is perceptie geen realiteit.

Slaapwel,
Noël