Columns
Antwoord van Yves Desmet
Tags: Politiek, Sociale ongelijkheid
Dag Noël,
Het recht op verregaande en absolute schofterigheid, zolang het maar gericht is op het plebs, of wat daarbij aanleunt. Het kenmerk van de hogere klasse, ten tijde van Casanova, en nu nog altijd, denk je. Ik heb die indruk ook, al moet het mij van het hart dat dat 'plebs' behoorlijk zijn achterstand aan het inhalen is. Misschien is het een pervers teken van democratisering, maar je moet eens even googelen met 'Patrick Dewael' en 'Greet Op de Beeck'. Je weet niet welke jaloerse ranzigheid je tegenkomt. Ver van mij om te pleiten voor een terugkeer naar de wereld waarin iedereen zijn plaats kende, en lang leve de kritische ingesteldheid tegenover iedereen die de pretentie heeft om ons te regeren, maar nu is het toch wel erg gortig geworden. Gebral zonder argumenten, argumenten waarvoor zelfs cafétoogstrategen zouden blozen, bittere gal, brokjes kots, blinde machistische jaloezie, niets blijft onze gezagsdragers bespaard. Ik krijg medelijden met het politieke beest, gruw stilaan van de onwaarschijnlijke hypocrisie waarmee het benaderd wordt. De supervrije burger, die voor zichzelf alles opeist, en onmiddellijke en individuele vervulling van al zijn wensen van overheidswege verwacht, eist bovendien het recht op om iedereen verrot te schelden die een greintje maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Het scheldvirus grijpt om zich heen, infecteert ook het geschreven woord.
Het toontje waarop de primeurbrengende krant de minister "door pertinente vragen" had "gedwongen toe te geven" dat hij een lief had. Jongens toch, alsof ze een nieuw Watergate ontdekt hadden. De schrilheid waarmee fundi's van overal hun grote gelijk uitschreeuwen. Je moet er de geschriften van Boudewijn Bouckaert eens op nalezen. Een academicus, geeft les aan de universiteit, maar in zijn stijl een raving lunatic, grotesk, argumentloos, blind scheldend. Maatschappelijk debat heet zulks tegenwoordig in dit land, en jammer genoeg dreigt het dat ook te worden: weblogs en lezersbrieven worden meer en meer volgepend door mensen die zoveel rancune in zich dragen dat zij alleen daaruit de energie kunnen putten om ons met hun gebral te blijven bestoken. Voor je het weet, ga je bijna denken dat zij representatief zijn voor de publieke opinie.
Je ziet het, nog niet volledig mentaal terug uit vakantie, en al voldoende verontwaardiging opgebouwd om er weer tegenaan te gaan. Maar ik versteek u niet, om met je provinciegenoot te spreken, dat het mij een beetje wrang maakt. De ruwheid en het schelden als nieuwste vormen van de vrijheid van meningsuiting, ik weet het niet. Ik mag alles zeggen en schrijven, maar die politici moeten voortaan naast een gelofte van armoede er ook nog een van kuisheid afleggen. Ik doe alles wat ik wil, en je kunt een lap op je muil krijgen wanneer je dat niet zint, maar alle anderen moeten voldoen aan een perfectiemoraal, mogen zich op straffe van publieke kastijding niet eens aan een pekelzonde wagen. Ik krijg het er op mijn heupen van. Misschien word ik gewoon oud.
Maar goed, nie pleuje, zeggen ze in Gent, en moedig voorwaarts.
Ik heb met wat vertraging in de vakantie The Tipping Point gelezen, iets wat je misschien al kent, want het zou verplichte literatuur voor marketingmensen moeten zijn. Geschreven door Malcolm Gladwell, een gewezen Amerikaanse wetenschapsjournalist die is gaan onderzoeken waarom soms sociale epidemieën ontstaan, ook wel rages of hypes genoemd. Het blijkt dat die grofweg beantwoorden aan de criteria die je ook bij een klassieke griepepidemie vaststelt. Een kleine groep begint ermee, draagt iets uit dat blijft plakken, en plots krijg je een exponentiële uitbreiding, die als een tsoenami door de geesten raast. Het grappige is dat er geen lineair verband is tussen oorzaak en gevolg: een minimale wijziging van omstandigheden kan het al teweegbrengen, kan zorgen dat een fenomeen over dat 'tipping point' heen gaat en zich als een razend vuur verspreidt. Het helpt je te verklaren waarom alle jongeren plots met siliconenarmbandjes rond willen lopen, maar ook waarom bijvoorbeeld de VLD, vanwege wat elk op zich eigenlijk kleine incidenten waren, plots van niet te stuiten politieke kracht in een desintegratieproces terechtkomt.
Ik las dat je zo goed als weg bent uit de politieke marketing, en dat de VLD nu Fons Van Dyck heeft ingehuurd voor communicatieadvies. Was het omdat je het een hopeloze opdracht begint te vinden, omdat je erop uitgekeken geraakte, of omdat het ineen schroeven van Ikea-stoelen ook wel zijn charme heeft?
Ik hoor het wel, binnenkort,
Groet,
Yve
Print deze pagina