Noël Slangen - Home

Columns

Vraag van Margot Vanderstraeten

De Morgen, 19 maart 2005

 

Dag beste Noël,

toekomstig redder in nood,

 

Ik heb een hele lijst onderwerpen voor deze eerste, openbare brief naar jou. Maar een mens - dat zul je straks merken - beslist niet altijd over zijn eigen lot. Zal ik dus maar beginnen met wat het vandaag allemaal niet wordt?

Ik zal noodgedwongen moeten voorbijgaan aan de cruciale vraag wat mannen (zie de hierboven afgedrukte foto's van de briefschrijvers) met hun handen zouden aanvangen als er niet ooit iemand de broekzak had uitgevonden? De nieuwe bril van Verhofstadt heb ik ook als onderwerp voor een brief genoteerd. Hij staat boven graphic novels, naar ik weet een passie van jou. En onder de sleutelwoorden 'uiterlijke gelijkenissen hond en baasje'. Nu moet je dat viervoetig woord niet negatief interpreteren, want dat is niet de bedoeling. Het is wetenschappelijk bewezen dat bazen en huisdieren op elkaar gaan lijken. Neem het me dus niet kwalijk dat ik alvast pseudo-wetenschappelijk heb vastgesteld dat de uiterlijke gelijkenissen tussen jou en je baas (nu ja) de afgelopen jaren opvallend groot geworden zijn. Een tijd geleden zat je aan tafel in Terzake, en toen de camera op je profiel inzoomde, leek het welhaast of daar niet Noël Slangen maar een stand-in van Verhofstadt zat. Al moet ik daaraan toevoegen dat jij arroganter kunt kijken dan onze premier: dat tuiten van je onderlip terwijl je de wangen lichtjes bol blaast, dat doet Verhofstadt bijvoorbeeld (nog) niet.

Maar daarover zal ik je vandaag dus allemaal niet schrijven. Het noodlot wil dat ik deze brief aangrijp om gratis je dure communicatieadvies in te roepen.

Noël, ik loop tegen de muren op. Tegen de muren van dit appartement, ja. Want door deze muren klinkt al wekenlang Poolse muziek. Nu mag Chopin er, op momenten die ik zelf uitkies, wezen, en sommige polka's ook. Maar het is dat de Poolse popmuziek die hier op dit moment door mijn appartement kruipt, niet alleen van een erbarmelijk niveau is, maar ook nog compleet buiten mijn wil om door de ruimte galmt.

Ik heb een nieuwe buur, Noël. Een aardige man. Als ik hem op straat tegenkom, knikt hij. En altijd knik ik terug naar dat grote lichaam waarvan de borstkas zo breed en bol is dat het elk moment lijkt te kunnen ontploffen. Twee keer heeft hij al "dzien dobry" gezegd - dat is Pools voor 'goedendag' - ik ben er nog niet goed van.

Zodra de Poolse beer zijn huis binnengaat, zet hij zijn muziek zo hard dat het is alsof de muzikanten zich live in mijn woning bevinden.

Natuurlijk heb ik alle voor de hand liggende vormen van communicatie al toegepast. Ik ben bij hem gaan aanbellen met de beleefde vraag 'of het iets zachter kon'. Ik ben bij hem al zoveel keer gaan aanbellen dat hij intussen de deur niet meer openmaakt.

Ik heb al tientallen briefjes geschreven. Van "mijnheer de buurman, ik houd van uw muziek, maar ik hoor toch liever die van mij" tot "can you put your music down, please?".

Ik heb hem aangeklampt op straat en hem, vriendelijk maar streng, op zijn ongewenste intimiteiten gewezen. Telkens prevelt hij "sorry, sorry, przeprasza". En telkens zet hij even daarna de volumeknop weer op zijn hoogst.

Bij wijze van strategische en universele communicatie heb ik ook al op de muren geklopt. Mijn beerachtige buur klopt dan ritmisch en akelig krachtig terug.

Toen op een avond de polonaises me de oren uitkwamen, heb ik - verdomd ook nog vervuld van schaamte voor mijn en niet zijn gedrag - de politie maar gebeld. "Sorry, sorry", zei mijn buurman. De politie vertrok, en twee minuten later gingen hij en zijn polonaises weer voluit.

En gisteren, gisteren was ik mezelf niet meer. Ik heb mijn stereoketen naar de bewuste muren gesleept, ik heb de boxen tegen de muur geplaatst en ik heb André Hazes zo luid opgelegd dat ik me, voor het heil van mijn trommelvliezen, zelf maar uit de voeten heb gemaakt. Resultaat? Een briefje, vanochtend, Noël. Zonder naam, maar met twee veelzeggende woorden: "Nice music."

Jij wordt beschouwd als de voornaamste communicatiespecialist van het land. Zeg mij welk adequaat communicatiemiddel ik over het hoofd zie. Vertel me hoe ik, zonder gebruik van oorstoppen, zonder verhuis en zonder het plegen van een intussen al minstens honderd keer beraamde moordaanslag, voor altijd van deze polka's afgeraak.

Dziekuje oftewel bedankt,

Margot

NB: Je antwoordbrief aan mij wel zelf schrijven, hé Noël, en niet uitbesteden aan een van je copywriters.