Noël Slangen - Home

Columns

Vraag van Noël Slangen

De Morgen, 26 maart 2005

 

Hallo Bert,

Bettie vindt het maar niks, die brievenketting. Bettie is mijn echtgenote, naast gevierd jeugdschrijfster en gevreesd personeelsdirecteur zeer bedreven in kritische houding. Over de bezetting van Palestina, de zondvloed aan realityprogramma’s, die wapenfabriek voor Afrika en over de activiteiten van haar wederhelft. Dat ze haar voornaam moet delen met de echtgenote van Cornelius Bracke wil overigens niets zeggen. Ze loopt echter niet hoog op met alles wat neigt naar BV-gedoe. Zoals brieven naar mekaar schrijven in een landelijk dagblad. Vlug flauw, ouwe jongens-koekebrood en dat soort gevaren. Ik zag net op televisie de trailer voor dat nieuwe VT4-programma ‘de Stanley-route’. Toen ik Detiege, Swinnen en Coninx bezig zag, moest mijn nieuwsgierigheid het zonder moeite afleggen tegen mijn plaatsvervangende schaamte. “Ik wil nog eens zien of gij nee zegt als ze u zoiets vragen”, roept Bettie als ze écht boos is op mij. “Omdat het eten er niet goed is, ja, maar voor de rest...”, merkt ze schamper op. Afgezien van een gemeenschappelijke culinaire interesse, schitterende seks en samen naar ‘cold feet’ en ‘spooks’ kijken, is het feit dat ze me na bijna 20 jaar nog steeds niet helemaal kent een goed teken dat de houdbaarheidsdatum van ons huwelijk nog lang niet overschreden is.

En jij Bert, zou jij meedoen aan de Stanley-route? Een humorist leeft niet alleen van humor, maar van het podium en het publiek dat zich rond dit podium verzamelt? En hoe hoger het BV-gehalte, hoe meer publiek. Is dat zo? En hoe ver zou je hiervoor gaan?

Ik las net dat citaten iets zijn voor mensen met meer geheugen dan verstand. Trouwens zelf een citaat, maar ik weet niet meer van wie. En als ik het wel zou weten, zou ik natuurlijk doen alsof ik het niet wist. Maar over humoristen is een citaat me zeer goed bijgebleven. Het is dan ook van een van mijn favoriete schrijvers Neil Gaiman: “Het is het prerogatief van de nar om op te merken dat de keizer geen kleren aan heeft. Maar de nar blijft uiteindelijk de nar. En de keizer blijft de keizer.” (Hij had overigens hetzelfde over adviseurs kunnen schrijven).

Humoristen zijn de moderne narren : zij lachen met hetgeen waarmee doorgaans niet gelachen worden. En houden daarmee de samenleving, haar volk en haar leiders een spiegel voor. Maar wat als het volk zelf al met zijn land lacht? Wat als geen humorist het beeld van een land meer in vraag kan stellen dan de bevolking zelf al doet? Is dat niet alsof Michel Vandenbosch in Eritrea gaat vertellen dat ganzenlever eten slecht is? Of condooms uitdelen in het klooster? Dat laatste kan, onze Vlaamse literatuur indachtig, nog van enig nut zijn.  Maar is het nuttig om te lachen met een land waar de hele bevolking zijn woonplaats een toppunt van absurditeit, nonsens en hilariteit vindt?

Niet dat ik die mening deel. Ik ben integendeel vaak fier op België. Bijna zo fier als op Hasselt. Laatst weer met die toestand in de VS over die comateuze vrouw. Met onze regeling rond euthanasie hebben we toch maar weer mooi een leidende positie ingenomen. Zelfs de tegenstanders moeten erkennen dat dit zoveel beter is dan de vaudeville in de States. En toch, ook bij ons vergeten we snel dat onze regeling ook maar werkt als we vooraf onze wensen vastleggen. Ik moet deemoedig erkennen dat ik zelf ook nog niet op papier heb gesteld dat ik euthanasie verkies boven een bestaan als sanseveria. Bettie en ik hebben dat wel met elkaar afgesproken. En in tegenstelling tot dit brievenverhaal laat ze er geen enkele twijfel over bestaan dat ze in deze kwestie helemaal achter mij staat, en trouwens wat haar betreft hetzelfde opgaat. Maar tijdens hetzelfde gemeenschappelijke ontbijt lieten onze kinderen met luid protest verstaan dat er daar geen sprake van kon zijn. Ook en zeker niet wat die crematie betreft. Dat ik gewoon zou begraven worden zoals ieder normaal mens, want dat dat hele verbrandingsgedoe in de verste verte hun goedkeuring niet kon wegdragen en dat ik toch ook wel rekening mocht houden met hun mening en dat ze hoopten dat wanneer zij volwassen zouden zijn ik dat ook zou zijn. Ik maak daarom even van de gelegenheid gebruik om het hier voor verschillende duizenden ogen op papier te zetten :  Ja, ik beslis om gecremeerd te worden en dat wanneer mijn levensfuncties niet meer autonoom werken of mijn lijden ondraaglijk wordt ik dan kies voor euthanasie. Dit geldt ook wanneer ik niet meer bij volle verstand zou zijn om zelf te beslissen. Te herkennen aan in ‘de Stanley-route’ opduiken.

Hou je goed Bert,

Noël