Noël Slangen - Home

Columns

Vraag van Yves Desmet

De Morgen, 23 april 2005

Tags: Politiek

 

Dag Noël,

Als ik geen journalist was maar een dokter zou ik de toestand waarin de Wetstraat deze week verkeert als zorgelijk omschrijven. Buiten het gehoor van de patiënt zou ik je niet met een somber gezicht vertellen dat hij in acuut levensgevaar verkeert. Maar ik zou je wel zeggen dat hij, als hij zijn levensstijl niet drastisch verandert, een ongemakkelijke oude dag tegemoet gaat, vol van kwalen en overige ongemakken. Het heeft te maken met een verslaving waar de patiënt in kwestie maar niet overheen geraakt: de permanente hang naar een overdosis communautaire roesmiddelen. Niets vermag politici, nu toch al een paar generaties lang, meer in euforie dan wel in depressie te doen verzeilen dan wat gehakketak over Voeren, randgemeenten, taalgrenzen, artikel 107 quater, en nu weer Brussel-Halle-Vilvoorde. In de twintig jaar dat ik er nu rondloop, zie ik die communautaire koortsopstoten om de zoveel tijd weer de kop opsteken, en een ruwe telling leert dat het de meest voorkomende reden tot regeringsval uit de naoorlogse periode is.

Waarom, Noël, vraag ik me af? Heel het communautaire gedoe leeft hooguit bij 15 procent van de bevolking en bij 80 procent van de krantencommentatoren, al de rest is allang blij wanneer ze werk en sociale zekerheid hebben, hun kinderen wat behoorlijk school kunnen lopen, hun straat er proper bij ligt en hun huis redelijk ongemoeid wordt gelaten door de criminele medemens. Onze politici, en dat is het gekke, weten dat zelf ook: reden waarom ze allen trouwens zo gretig de 'probleem 177'-vondst van Steve Stevaert hebben overgenomen. Maar toch is het sterker dan henzelf: ook al weten ze dat ze meer stemmen zullen verliezen aan mensen die het ongehoord vinden dat een regering over B-H-V valt dan dat ze stemmen zullen winnen bij mensen in wier mond de term 'een kaakslag voor Vlaanderen' bevroren ligt... Toch doen ze het.

Het doet me vaak denken, Noël, aan dat verhaal van de schorpioen en de kikker die samen aan een stroom aankomen, beide vluchtend voor een hen op de hielen zittende bosbrand. De schorpioen, die niet kan zwemmen, vraagt een lift aan de kikker, die dat voorstel angstig afwijst, bang dat de schorpioen hem zal steken. Dat zou wel heel dom zijn, zegt de schorpioen, want dan verdrink ik ook. De kikker ziet daar de logica van in, neemt de schorpioen op zijn rug mee, maar krijgt halverwege de rivier toch een steek. Net voor ze beide verdrinken, vraagt de kikker nog: waarom deed je dat nu? Geen idee, zegt de schorpioen, waarschijnlijk omdat ik schorpioen ben. Wat zit daar in het drinkwater, wat zit er in hun genen, om zo manifest te focussen op een zaak waarvan ze perfect weten dat ze hem aan 99 procent van de bevolking niet eens uitgelegd krijgen? Ik weet het nog altijd niet. Wat drijft het politieke beest bewust de vernieling in?

Jij hebt ook lang in dat wereldje rondgelopen, het kunnen bekijken aan de andere kant van de barrière. Freud zei al dat hij na zijn carrière op één vraag het antwoord schuldig moest blijven: was wil das Weib? Na twintig jaar Wetstraat, Noël, vraag ik het jou: was wil der Politiker? Waarom rijdt een partij als de VLD, waarvan vijf jaar geleden vriend en vijand toegaven dat ze het pad geëffend had om inderdaad uit te groeien tot de grootste centrumpartij, zichzelf in de vernieling met een opeenstapeling van slecht getimede en idiote personenkwesties? Hoe komt het dat zelfs de beste onder hen zich in zo'n totaal irrationele en zelfvernietigende dynamiek laten meetrekken?

Een paar dingen heb ik zelf al ontdekt: politici hebben de hondenstiel korte-termijnoverlevingsgevechten te moeten winnen, verkiezingen genaamd, terwijl bij de écht grote onder hen de aandacht bijna altijd op de langetermijnprojecten ligt. Da's een schizofrenie waar je wel gek van moet worden: je kunt niet tegelijk de verkiezingen van dit jaar winnen en al je aandacht steken in een vergrijzingspiek die zich pas binnen dik tien jaar stelt. Er speelt nog iets: we zijn bij mijn weten het enige federale land waar geen federale kieskring bestaat. Vlaamse politici zijn nooit verantwoording verschuldigd aan Walen, en omgekeerd. Het is alsof iedereen permanent thuismatchen zonder tegenpartij moet spelen, en natuurlijk krijg je dan een vervalste competitie. Mocht ik ooit pleiten om bijvoorbeeld de Senaat opnieuw nationaal te laten verkiezen, met alle partijen en topfiguren die dan overal in het land zouden opkomen, zou je me dan tot belgicistisch fossiel verklaren, Noël?
Enfin, zoals je leest, heeft mijn tweejaarlijkse politieke depressie me in haar greep. Zeg me dat het ondanks alles toch de moeite waard is.


Vriendelijke groet,

Yves