Noël Slangen - Home

Uit de pers

"Heb je hard gewerkt, jongen?"

Uit De Standaard, 5 september 2009

Door Karel Verhoeven - Marc Reynebeau

De zomer loopt af, in Villa Hellebosch in Vollezele zijn twee averechtse heren van stand de laatste gasten van het seizoen. Kunstenaar Wim Delvoye en 'spindoctor' Noël Slangen over de regels van het spel, over de melancholie van het succes en het nut van het falen. En over het bestrijden van muggen.

Clichés over kunstenaars zijn soms waar. Wim Delvoye arriveert aan de villa in het Pajottenland met anderhalf uur vertraging. Moeten terugrijden, verontschuldigt hij zich, hij was zijn cadeautjes vergeten. Hij zeult twee grote plastic tassen met zich mee en deelt kleurboeken uit over zijn laatste project, de gotische smeedijzeren toren die ter gelegenheid van de Biënnale in Venetië staat. Noël Slangen schenkt hij de Action Doll, een doos met een poppenset. De pop gelijkt sprekend op Wim Delvoye.

Communicatieadviseur Noël Slangen, berucht als spindoctor, en kunstenaar Wim Delvoye, berucht van cloaca's en getatoeëerde varkens, blijken beiden verzot op Walt Disney. Het zijn ook allebei verzamelaars: twintig verschillende uitgaven van Alice in Wonderland (Slangen), versus vijftien edities van Willy Wonka and the Chocolate Factory (Delvoye). Als jongetjes wisselen ze details over hun collectie uit. Ze zijn met amper veertien dagen verschil geboren, in januari 1965. Maar Slangen is een waterman en Delvoye een steenbok. Dat verschil ontgoochelt Delvoye.

In het allereerste krantenverslagje over Wim Delvoye stond: 'Wim Delvoye uit Wervik heeft slechts één ambitie: zichzelf waarmaken als kunstenaar.' Het was 1985. Rond die tijd had ook ene Noël Slangen uit Hasselt slechts één ambitie: zich waarmaken als reclamemaker. De ene bespeelde de kunstwereld, de andere de politieke wereld. Delvoye haalt in een van zijn boeken een citaat aan van Karl Lagerfeld: 'Fake doesn't imitate real any more, real imitates fake'.

Toch één verschil: Noël Slangen was keurig op tijd afgeleverd door zijn chauffeur in een zilvergrijze Mercedes. Waarom een chauffeur? 'Ik heb computer en internet in de auto. Ik kan onderweg adviezen schrijven. Gezien mijn uurloon zou het zeker in deze tijden van crisis onverantwoord zijn om te rijden en zo de job te doen die iemand anders beter, liever en goedkoper doet.'

BIJ DE KOFFIEIJDELHEID SLIJT

Bij de koffie en de mattentaart, een streekspecialiteit, gaat het al meteen fout. Delvoye klungelt met zijn kopje en schoteltje. 'Een kunstenaar is authentiek als hij klungelt', lacht hij. 'Kunstenaar zijn is een fantastisch beroep. Je bent veel thuis, je regelt je eigen tijd, je mag je al eens verslapen en je mag de clown uithangen. Maar ik heb mij voorbereid en afgelopen weekend alle kranten gelezen. Normaal sla ik de Belgische politiek altijd over. Jij kent daar alles van, hé Noël?'

Slangen: (ironisch) 'Je zou me een groot plezier doen door het daar niet over te hebben.'

Delvoye: (trekt de kleren van de Delvoyepop op) 'Het probeert een industrieel product te zijn, maar geen twee poppen zijn dezelfde. Hier ben ik heel schoon bruin, maar op sommige poppen zie ik er ziekjes uit. En die laarsjes zijn niet altijd even groen. Fabrieksmeisjes in China assembleren de poppen in 48 bewegingen. Het is bijna handwerk! Er zit zelfs schaamhaar op, kijk. Ik heb daarvoor moeten bijbetalen; de fabriek had last van principes.'

'Het is eigenlijk ironisch. Die gadgets geven mij de naam commercieel te zijn. Maar ik verlies veel geld op die poppen, puzzels en badboekjes. Het duurde 18 maanden om de pop te ontwikkelen. Ik moet ze laten maken op 5.000 exemplaren, Chinese speelgoedfabrieken beginnen niet aan minder. Het badboekje komt uit op 20.000 exemplaren. Voor de kunstwereld is dat reusachtig. Waar moet ik dat verkopen? Niet in een speelgoedwinkel, en niet in een boekhandel. Het is kunst! Dus ik subsidieer commerciële producten met mijn kunst. Ik denk duidelijk niet corporate genoeg.'

Slangen: 'Nu begin ik mij toch een beetje schuldig te voelen dat ik geen cadeau mee heb.'

Delvoye: 'Niet erg, jullie komen straks gewoon in mijn verzameling. Ik hou een volledig archief bij van alles wat over mij verschijnt. Ik heb daar zelfs een medewerker voor. Ik lees dat niet meer, ik tel de reacties. Per dag zijn dat er vijf of zes.'

Slangen: 'Zitten daar veel negatieve artikels bij?'

Delvoye: 'Ik maak het soort werk waarmee critici zich een beetje belachelijk maken als ze zich er negatief over uitspreken. De kritiek zit al in mijn werk zelf. Zowat één keer per jaar is er een negatieve reactie. Maar ik vind dan ook niet snel iets negatief.'

Slangen: 'Ik heb nooit artikels over mezelf bijgehouden. Ze zijn doorgaans ook veel negatiever. Mijn naam is al geen cadeau.'

Delvoye: 'Kan jij daar makkelijk mee om?'

Slangen: 'In het begin gaven ze mij een zeurend gevoel in de maag. Het blijft onaangenaam, maar het went. Zakelijk is kritiek niet slecht. Wie in de shit zit, zal mij wel bellen. Maar ik erger mij aan de karikaturen die over mij worden opgehangen. Vanuit professionele loyaliteit reageer ik er bijna nooit op. Ik moet niet te veel bezig zijn met hoe men mij percipieert. Steve [Stevaert; red.] zei mij: een politicus zit pas echt in de shit als zijn communicatieadviseur zelf populair wil zijn.'

'Je kunt wel woedend worden, maar daar heb je weinig aan. Toen een welbepaald tijdschrift mij voor het eerst frontaal aanviel [dat was Knack; red.] ben ik met de kinderen naar Eurodisney gegaan. Maar ik ben niet ontevreden met het eindbeeld dat media van mij schetsen. Als ik daar niet kon mee leven, was het aan mij om daar iets aan te doen.'

Delvoye: 'Maar je hebt het niet altijd in de hand. Toen ik vorig jaar in Wallonië in een veilingzaal zat om een kasteel te kopen, zat de zaal vol journalisten. Ik was onvoorbereid. Ik had meestal met cultuurjournalisten te maken, en die zijn vriendelijk. Plotseling kampeerden die royaltyjournalisten voor mijn poort. Wat er toen allemaal is verschenen!'

Slangen: 'Dat is een van de wetmatigheden van de media: je kunt het niet controleren. Het verschijnt nooit zoals jij het wilt. Het is heel moeilijk om dat aan politici uit te leggen.'

Delvoye: 'Ik zit hier belangeloos. De media zijn een hobby voor mij. Mensen die mijn werk kopen, missen daar 99 procent van. Zij bewonen hun eigen, kosmopolitische wereldje. Maar met de gazetten bereik ik ook veel mensen die helemaal niet in kunst zijn geïnteresseerd en niet eens wisten dat ik bestond. Dat is tof.'

Slangen: 'Ik heb er nog weinig behoefte aan om herkend te worden. Toen ik jong was, vond ik dat prettig en belangrijk. Nu komt bekendheid mij alleen van pas wanneer ik een tafel wil reserveren.'

HET APERITIEFHET GENOEGEN VAN DE OUDERDOM

De champagne staat klaar in het beukenbos, aan een houten kiosk met raampjes vol spinrag. De duisternis valt in, hoog in de kruinen brandt de laatste zon. De gastvrouwen hebben kaarsen aangestoken. De eerste afgevallen bladeren knisperen onder de voeten, de bosgeur brengt herfst. Dit is een van de laatste warme zomeravonden. Delvoye monstert de bomen met het oog van de kenner. Hij heeft zelf een park van 15 hectare met bossen en een kasteel in Kwatrecht, bij Melle. Slangen is een loftbewoner. Om zijn hoofd leeg te maken gaat hij liever wandelen in de Ardennen.

Delvoye: 'Ik heb nog nooit gewandeld in mijn park. Ik zie onmiddellijk al het werk: snoeien, takken opruimen, sloten schoonmaken. Ik doe veel zelf, ik doe dat graag. Ik zou er graag een soort Middelheim van maken [het beeldenpark in Antwerpen; red.], niet zo groot, maar wel mooier. Voor ik mijn wandeling kan maken, wil ik alles pico bello in orde hebben. Misschien kan ik op mijn 65ste gaan wandelen. En dan val ik waarschijnlijk morsdood neer. (lacht)'

Slangen: 'De natuur werkt relativerend. Ik voel me er heel nietig.'

Delvoye: 'Dat groen, die wortels bomen zijn familie van ons. Ik word er gelukkig van. Ik heb dat park gekocht om eenzaam te kunnen zijn. Het is mijn droom dat ik er dankzij dat park zal kunnen "uit stappen". Het is mijn stok achter de deur: later kan ik het kalmpjes aan doen. Als je nog eens tien jaar wil voortdoen, moet je jezelf zoiets kunnen beloven. Kunst is een beetje zoals gitaarspelen: op een bepaalde leeftijd wordt het belachelijk. Hoeveel goeie artiesten verzwakken niet met ouder worden? Je wordt zachter, je relativeert meer, omdat je je niet meer hoeft te bewijzen. Niets is nog zwart-wit, de energie van de jeugd die potten breekt, die aardverschuivingen veroorzaakt, die ben je kwijt. Je wordt een lieve man.'

Er wordt geklonken op jeugdig ouder worden. Wim Delvoye kiest voor vers geperst sap van appels uit de boomgaard.

Delvoye: 'Ik drink geen alcohol. Vroeger was dat toch een beetje verdacht voor een kunstenaar. Iedereen liep zat rond, en ik dacht: die mensen hebben het. Op den duur geloofde ik dat ik niet het authentieke kunstenaarschap in mij had en het dus nooit ver zou brengen.'

Slangen: 'Van schrijvers op leeftijd heb ik het gevoel dat je hen uit bed moet helpen, terwijl kunstenaars op leeftijd er nog altijd vitaal uitzien. Schrijvers koketteren met ouderdom, terwijl kunst koketteert met jeugd. Wat ik knap vind aan je werk is dat je altijd weer met iets nieuws begint. Jij lijkt niet te lijden aan de sleur van de ouderdom. Sommige kunstenaars klampen zich vast aan wat ze verwezenlijkt hebben als aan een stuk drijfhout. Jij brengt de kracht op om iets helemaal anders te doen en het risico te lopen dat je de samenhang verliest. Jij moet een zeer zelfverzekerd mens zijn.'

Delvoye: 'Ik ben niet zo snel bang dat iets mislukt, misschien omdat ik niet erg sociaal ben. De gok om alles wat je hebt op het spel te zetten, heeft iets kamikazeachtigs. Ik voelde dat bij de Cloaca. Je begint eraan, maar je weet niet of het zal slagen. Die spanning mis ik nu. Misschien moet ik weer met iets nieuws beginnen. De lat hoger leggen. Ik droom ervan een animatiefilm te maken, of architectuur.'

Slangen: 'Neem je al niet genoeg risico's met je gotische toren?'

Delvoye: 'Dat project is zot. Ik geef er mezelf een paar jaar voor. We zijn als een soort god bovenaan begonnen, bij de top. Hoe het er onderaan zal uitzien, weten we niet. We hebben nu drie verdiepingen in Venetië. Niets houdt ons tegen, we gaan altijd maar hoger. In Brussel bouwen we twee verdiepingen bij. Dan gaan we naar het Louvre, daar wordt de toren al 25 meter hoog. En dat is dus een model op schaal 1:5. De toren op de dom van Keulen is 175 meter, dus we moeten zeker 180 meter halen. We stijgen uit boven alle gotische torens. Al wordt het moeilijk om de 325 meter van de Eiffeltoren te verbeteren.'

'Maar die architectuur mag niet te realistisch worden, want dan houdt het op kunst te zijn. Kunst is ook zo mooi wanneer het niet helemaal lukt. Dus als het lukt, wordt het een mooie toren, en als het niet lukt, wordt het een kunstwerk. Anyway I win. (Lacht) Falen is ook belangrijk. Stel je nu voor dat een of andere wetenschapper ook zo'n machine als de Cloaca zou maken. O nee! Ik wil niet relevant zijn in jullie wereld! Ik moet mijn reputatie verdedigen: ik ben niet nuttig!'

HET SOUPERHET LEVEN ALS PROJECT

De tafel staat gedekt in het bos, waar twee paden elkaar kruisen. Een spot schijnt omhoog langs een van de machtige beukenstammen en maakt van het bos een lege kathedraal, met een sacraal bladerdak. Twee kaarsen beschermen de nietige tafel tegen de zwarte duisternis.

'Ik moet het weer treffen', lacht Slangen, toch een beetje ontgoocheld, 'dat ik moet tafelen met een geheelonthouder die ook nog eens vegetariër is'. Delvoye drinkt water, en 's nachts haalt hij chocomelk boven, zelf meegebracht. Slangen kiest voor witte wijn. 'Ik had zelf een goeie fles moeten meebrengen', zucht hij nog voor de geserveerde fles open is. Op het garnaalslaatje volgt kabeljauw in mousselinesaus met gestoomde groenten. Delvoye is er niet gerust op: 'Hier zitten toch geen graten in? Met dat kaarslicht kan ik niets zien.' Slangen maakt meteen plannen om de nakende crisis te bezweren: 'Wie zal wie redden?'

Delvoye: 'Wat doe jij nu eigenlijk, Noël? Strategische communicatie, is dat een duur woord voor reclame?'

Slangen: 'Ik had vroeger een reclamebureau. Maar ik had er geen zin meer in. Ik vind dat een wereldje van gebakken lucht.'

Delvoye: 'Een beetje zoals de kunstwereld, maar dan zonder talent!'

Slangen: 'Strategisch communiceren is geen kunst, het is een ambacht. Het betekent niet dat je rond een boodschap een strik bindt en zo alles verkoopbaar kunt maken. Niet alles is recht te praten. Wim heeft een machine die van eten stront maakt, en van ons verwachten ze soms dat we van stront eten maken. (Lacht.) Zo werkt het niet - behalve in de kunst. (Delvoye hinnikt van het lachen.) Als een dossier om zeep is, kun je alleen proberen de schade te beperken.'

'We begeleiden bedrijven en overheden bij veranderingsprocessen, bij crisissituaties, sociale conflicten, wanneer ze een nieuwe focus zoeken. Wij zijn gespecialiseerd in het communiceren van verandering. Wij verkopen een flink stuk empathie. Met empathie kun je veel conflicten ontmijnen. Mensen hebben de neiging om de manier waarop zij de dingen zien, te projecteren op anderen. Wij stellen de vraag: wat zou je adviseren als je aan de andere kant zou staan?'

'Wij zoeken uit wat de werkvloer belangrijk vindt, omdat het management daar soms geen flauw benul van heeft. Je moet drijfveren achterhalen, inspelen op wat mensen belangrijk vinden en ervoor zorgen dat ze elkaar vinden. Je moet die verschillen respecteren en er vooral niet van uitgaan dat wie niet denkt als jij, een idioot is. Ik voel me een sociale tolk tussen groepen: tussen overheid en bevolking, of tussen vakbonden en bedrijven, of tussen een administratie en iemand die belaagd is door die administratie. Dat is wat ik kan.'

'Ik denk heel analytisch, in schema's. Ik ontrafel dynamieken en processen. Salamizeren, noem ik dat: de worst in schijfjes snijden, zodat je goed de ingrediënten kunt zien. Je moet het systeem zien in elk individu: wat is hun denkkader, waarom reageren ze zo?'

'Ik heb dat geleerd door mijn achtergrond. Ik kom uit de achterbuurt. Mijn ouders hadden een nogal ruw café. De meeste van mijn vrienden uit het lager onderwijs kwamen terecht in het verbeteringsgesticht. Ik had ook als kleine crimineel kunnen eindigen - niet als grote, want die heb je niet in die milieus. Ik kon daar wegblijven omdat ik geen groepsmens ben. Dat heb ik maar aan één ding te danken: het feit dat ik afschuwelijk veel boeken las. Zo leefde ik in veel verschillende werelden tegelijkertijd. Dat heeft niet geleid tot schizofrenie, ik ben tussen die werelden gaan vertalen.'

'Nu ben ik veel meer de mens die ik op mijn twintigste wilde zijn. Ietwat bezadigder, minder strijdvaardig. Al blijft het lontje kort. De straatvechter in mij moet nog altijd oppassen om niet op de vuist te gaan. (Lacht een beetje ongemakkelijk.) In het milieu waaruit ik kom, werd je positie bepaald door hoe hard je kon kloppen. Maar je moet je fouten en belachelijkheden koesteren. Ze hebben je gemaakt tot wie je bent. Mensen veranderen niet, je kunt alleen hopen jezelf beter onder controle te krijgen. Dat is het voordeel van ouder worden: je komt jezelf tegen. Ik word graag ouder.'

Delvoye: 'Toen ik jong was, dacht ik: ik ben niet raar genoeg, al verzekerden mijn ouders mij van het tegendeel. Ik kom uit een deftig milieu, mijn ouders stonden in het onderwijs. Als mijn moeder mij belt, vraagt ze nog altijd: heb je hard gewerkt, jongen?'

'Ik hoef niet bizar authentiek te zijn. Ook met ironie kun je afstand nemen. Zeker in de kunst is het altijd dubbel. Wie zet ik in zijn hemd met Cloaca? De kunstwereld? Het publiek? Televisiekijkend Vlaanderen, dat helemaal niet van kunst houdt, denkt dat ik aan zijn kant sta. Ze gaan akkoord met mij: die Delvoye, die zegt het toch maar. Maar ook de intellectuelen houden ervan, want ze kunnen er Freud en Lacan bij halen. Het is rijk aan betekenissen: je kunt ermee spelen, het past zich aan de nieuwe debatten aan.'

Slangen: 'Had je dat allemaal voor ogen toen je dat werk bedacht?'

Delvoye: 'Dat alles, en nog veel meer.'

BIJ HET DESSERTDOLGELUKKIG MET EEN SCHOP

Is het dan fair om Wim Delvoye en Noël Slangen behendige 'spelers' te noemen die de codes van hun milieu doorhebben en bespelen? Slangen hoort dat woord 'bespelen' niet graag. Journalisten zijn paranoïde, werpt hij zijn tafelgenoten keer op keer voor de voeten. Ze denken altijd (en ten onrechte!) dat de waarheid verborgen zit.

Slangen:(tegen Delvoye) 'Ik maak er een gewoonte van om journalisten wat te pesten tijdens interviews.'

Delvoye: 'Zien ze jou dan niet graag?'

Slangen: 'Ooit zal ik misschien beseffen dat ze mij eigenlijk wel graag zien (lacht.) Wellicht zijn ze zo gefascineerd door mij omdat ze denken dat ik hen manipuleer. Er is altijd een geheim. En als ze dat niet vinden, bedenken ze het zelf wel (lacht luid).'

Maar was het niet juist Noël Slangen die de Belgische politiek leerde dat succes afhangt van hoe en wanneer je iets vertelt, wat je verzwijgt, en wat je in de verf zet? Dat een verhaal dus altijd een ander verhaal verbergt?

Slangen: 'Denk je nu echt dat de oude Eyskens die kunst niet beoefende? Ik ben hooguit een icoon van de manier waarop dat is geprofessionaliseerd. Het zou pas arrogant zijn als ik het gevoel zou hebben een groot verschil te hebben gemaakt. Ook politici zetten zich graag af tegen "de hofhouding van spindoctors", terwijl ze er ondertussen wel heimelijk, maar gulzig gebruik van maken. Door zich af te zetten wordt de politicus zuiverder, hij "stuurt" niet, want hij ontdoet zich van kwade geniussen zoals ik. Daardoor manipuleert hij de journalisten nog beter. Of dachten jullie echt dat ministers voor de gezelligheid uit eten gaan met journalisten?' (Komt haast niet meer bij van het lachen.)

'De communicatieadviseur zit tussen hamer en aanbeeld. Dat is de reden waarom ik het niet meer doe. Zoals in de Amerikaanse heldenfilms ben ik degene die zich voor de kogel werpt. Ik ga daar heel ver in. Te ver. Drie jaar geleden, bijvoorbeeld, toen de kwestie rond Dirk Sterckx als lijsttrekker losbarstte, heb ik alle interviews gegeven, en niet voorzitter Bart Somers. Ik had niets te maken met die beslissing, maar een struikelende voorzitter was het laatste wat we ons konden veroorloven. Toen de shit kwam, heb ik die geslikt.'

'Het strookt niet met mijn imago, maar ik ben iemand die overdrijft in eerlijkheid. Ik ben iemand die, als hij na twee kilometer merkt dat hij aan de kassa te veel wisselgeld kreeg, helemaal terugwandelt. Dan doet het extra pijn als men mij ervan beschuldigt in de staatskas te graaien. Ik ben te arrogant om mij daarmee bezig te houden. Ik ben een afschuwelijk trots mens.'

'Ik verwacht nooit dankbaarheid. Ik word betaald voor wat ik doe. Dat is niet kil, dat is professioneel. (Stilte.) Daarom beleef ik zoveel plezier aan de vele blijken van dankbaarheid die ik gekregen heb. Je ziet, ik ben geen cynicus.'

Delvoye: 'Een cynicus is een teleurgesteld romanticus. Waarom zou je anders zo teleurgesteld zijn en voortdurend de nood voelen om een kat een kat te noemen?'

Slangen: 'Ben jij een ex-romanticus?'

Delvoye: 'Ik had heel romantische ideeën over mijn kunstenaarschap toen ik zestien was. Ik hoopte te sterven voor de kunst. Ik wist toen nog niets af van het kunstenaarschap. Romantiek heeft bij mij plaatsgemaakt voor luciditeit. Ik ben gaan beseffen dat elk kunstwerk getuigt van een strijd om macht. Elk werk in het Louvre, ook een portret van een mooie vrouw met een bloem in de hand, dient om een klasse in haar macht te legitimeren. De geschiedenis van de kunst is de geschiedenis van de smaak van machtige mensen. Sinds ik dat besef, kan ik niet meer puur genieten van een schilderij. Ik zie er de conflicten in: een rijkeluiszoon die zijn ouders wil choqueren, mensen die willen tonen dat ze rijker zijn. Wij kunstenaars zijn het kanonnenvlees van die strijd.'

'Dat inzicht is de motor van mijn werk. Ik maak het de machtigen extra moeilijk. Mensen zoeken erkenning en prestige. En ik geef ze gasflessen, varkens, schoppen, kruiwagens, stront. Het is moeilijk om met zulke democratische dingen prestige te oogsten. Ik geniet daar wel van: mensen hebben heel hun leven goed geboerd, en dan zie je ze zo apegelukkig, met een schop. Van Wim Delvoye. Dan denk ik: ik ben er toch in geslaagd, hé zeg.'

'Maar uiteindelijk winnen de kopers het toch van de kunstenaar. De meesten zijn gesofistikeerde verzamelaars, die de dubbele bodems kennen. Ze vinden de kritiek ook op zichzelf van toepassing. En ik ondermijn mezelf. Door zo'n poppetje te maken, lach ik ook met mezelf. Ik heb dat overgehouden aan het dadaïsme. Toen ik als kunststudent daarover hoorde, besefte ik: er is hoop voor mij.'

BIJ DE POUSSE-CAFEZOT VAN GLORIE

De wind in de boomtoppen is gaan liggen. De nachtelijke stilte wordt oorverdovend. Alleen de muggen zoemen. Slangen heeft een smartphone met een zoemtoon die volgens de handleiding muggen verjaagt. 'Als we nu nog gestoken worden, betekent dat het failliet van de technologie', schampert hij. Delvoye is sceptisch. Hij haalt een gigantische spuitbus insectenverdelger te voorschijn.

We moeten het nog hebben over roem en relaties.

Delvoye: 'Excuseer, maar ik moet even weg.'

Slangen:(roept hem lachend na) 'Waarvoor ga je op de loop? Voor roem of voor relaties?'

Delvoye: 'Dat is zo'n cliché, de ijdele kunstenaar.'

Slangen:(schamper) 'Is de paus katholiek?'

Delvoye: 'Je kunt jezelf ook zo goed vinden dat je zelfs de bevestiging van anderen niet meer nodig hebt. Ben je dan nog ijdel? Je bent misschien gewoon zeker van je stuk. Ik was vooral ijdel toen ik begon als kunstenaar. Maar de troostende illusie dat mijn kunst eeuwigheidswaarde had, ben ik kwijt. Niets blijft. Het helpt om in kleine veilingzaaltjes te zien hoe de groten van dertig jaar geleden voor een habbekrats worden verkocht. Dat besef tempert mijn ijdelheid.'

'Het is misschien mijn West-Vlaamse kant, maar ik was nooit onder de indruk van lof of succes. Lof vervliegt. Maar als je betaald bent, en je zet dat geld op je rekening, heb je iets in handen.'

Slangen: 'Ook ik vond roem belangrijker toen ik jonger was. Ik had een grote manifestatiedrang. Ik begon mijn onderneming op mijn achttiende. Het ging hard vooruit, ik was een soort kindsterretje, iedereen rond mij was ouder. Tot mijn dertigste had ik het gevoel dat ik erg goed bezig was. Vaak met vallen en opstaan, maar daar was ik wel tegen gehard. IJdelheid werd een waardemeter: zien ze wat ik bereik? Maar op den duur word je de gevangene van de perceptie van anderen.'

'Af en toe heb ik fouten gemaakt omdat ik zot van glorie was. Dan krijg je zoveel bevestiging dat je vergeet om op koers te blijven. Je zit op je fiets, het gaat bergaf en je denkt: wauw, dat gaat snel. Laten we nog een tandje bijsteken. Dan begint je wiel te trillen en de angst laait op. Nu ga ik op mijn bek. Zelfs mijn bekendste klanten zijn zo al in de fout gegaan.'

'Ik ben de ijdelheid niet kwijtgeraakt. Ze is een stuk van mijn karakter, maar ze is niet meer mijn drijvende kracht. Wat moet ik mijzelf nog bewijzen? Het grote nadeel van die vroege carrière was dat ik op mijn dertigste ongeveer alles had gedaan wat ik in mijn leven wilde bereiken. Ik heb alles al gezien. Dat is een heel akelig gevoel. Ik had dromen. Vervolgens kon ik ze alleen nog herhalen. Soms verveel ik mij. Ik doe graag wat ik doe, maar wat nu nog?'

'Bettie Elias, mijn echtgenote, helpt anders wel om mijn ijdelheden onder controle te houden. Ik spreek heel veel met haar over mijn werk. Er is niets wat zij niet weet. Ze werkt ook voor Groep C. Zij is directeur financiën en personeel. Maar onze circuits op het werk zijn gescheiden. Mijn grote geluk ligt bij mijn gezin, mijn relatie, mijn kinderen en twee kleinkinderen. Zij zijn niet zomaar een thuishaven. Dat klinkt te oneerbiedig. Je hebt een roedel. Dat creëert een samenhang. Ik leer hen schaken, en vervolgens winnen ze van mij.'

Delvoye: 'Ik moet daar nog altijd aan beginnen, aan een vrouw en een gezin. Veel vrouwen die je via de kunsten leert kennen, zijn trofeejagers. Jij bent een pluim op hun hoed, inwisselbaar met de volgende die een nog grotere tentoonstelling heeft. Als je twintig bent, koester je de fantasie om superoud te worden met dezelfde vrouw. Maar gaandeweg verliest die fantasie haar aantrekkelijkheid. Je wordt wat verstandiger.'

Noël Slangen wordt moe, de interviewers ook. 'Voor mannen die gewoon zijn tot vier uur 's nachts te interviewen, geeuw je nu toch hard', zei hij eerder in de nacht nog uitdagend. 'Ik heb nog diners meegemaakt bij de VLD die wegens de agenda's pas na middernacht begonnen en waar over de echte dingen beslist werd, zoals wie waar op de lijst zou staan.' Maar nu wordt ook zijn stem lijzig. Alleen Delvoye blijft vol leven. Lange verhalen vertelt hij, over de als vriendschap vermomde rivaliteit tussen Picasso en Braque, over Paul Van Ostaijen en Floris Jespers ('Juffer Lola dat is waar', en hij citeert gezwind de rest van het gedicht dat aan Jespers is opgedragen), over enggeestige monumentenzorgers en bedilzieke milieuambtenaren die hem het kasteelleven zuur maken. Toch geraken we in bed.

DE OCHTENDVAN DEN VOS REYNAERDE

Clichés over kunstenaars zijn echt wel waar. Delvoye laat zich met geen stokken uit bed koteren. Maar wanneer hij uiteindelijk aan het ontbijt verschijnt, verkeert hij in een opperbest humeur. Omdat de eitjes van de scharrelkippen komen, wil hij er twee. Zachtgekookt, om broodkorstjes in het eigeel te soppen. Hij heeft ook een neerhof. Maar hij voedert de dieren niet zelf, daar heeft de kasteelheer personeel voor. Zijn buren hebben zich ontfermd over de loslopende pauwen. 'Ik dacht dat die beesten wel zelf wat zouden vinden in het bos. Maar pauwen zijn echt domme beesten. Die kunnen een hele dag in de spiegel naar zichzelf kijken. Het leert je wat over ijdelheid. Maar zij doen het omdat ze denken dat ze een andere pauw zien.'

Ook Slangen - als eerste op, de dauw inademend die na de nachtelijke regen over het grasveld hangt - zoekt in de dierenwereld een spiegel voor het mensdom. Hij wil een bewerking schrijven van het Reinaert-verhaal, bekent hij, het middeleeuwse dierenepos waarin de vos de ijdelheid en domheid van alle machtigen en onmachtigen meedogenloos uitbuit voor zijn eigen gewin. De vos is wreed, maar sympathiek. Hij weet telkens weer te ontsnappen aan gerecht en galg. Is Noël Slangen een vos?

Slangen: 'Neen. Verhofstadt lijkt meer op Reinaert dan ik. Om zijn gelijk te halen, laat Verhofstadt zich aan weinig gelegen, en toch kun je onmogelijk boos zijn op hem. Hij is natuurlijk een groot leider. Ik heb afgelopen zomer een boek geschreven, Praten met reuzen, het verschijnt half september, over hoe je met echte leiders werkt en communiceert. En waarom je voor dat soort mensen werkt. Het is een beetje zoals waarom vrouwen voor foute mannen vallen. Je weet wel dat je in tranen achterblijft, maar zolang het duurt is het fantastisch (lacht). Met grote leiders is het alsof je in het pretpark overstapt van de draaimolen op de Typhoon. Ik heb er toch enkelen gekend, in de zakenwereld, in de politiek. Niet alleen Verhofstadt, ook Dehaene is een echte reus. Ik zou nooit een reus kunnen zijn. En nooit een Reinaert, omdat ik te veel ben opgegroeid in de traditie van de dienaar. Voor mij is de klant heilig, of dat nu een idioot is of een halfgod. Ik wil alleen de macht die nodig is om mijn job te kunnen doen. Verder interesseert macht mij weinig. Al had ik altijd het oor van de leider en ben ik niet te beschroomd om hem tegen te spreken. In een partij als Open VLD was dat vrij uniek. Niemand durft Verhofstadt tegen te spreken. Of De Gucht. De Gucht een Reinaert? Neen, Karel lijkt mij meer een Koning Nobel.'

Delvoye haalt intussen een doosje Mikado's boven, enkele bricjes koude café latté, en hoestsiroop.

Slangen: 'Ik was vannacht jaloers op je spuitbus. Er zat een mug in mijn kamer. Mijn gsm hielp niet.'

Delvoye: 'Terwijl jij gisteravond zulke intelligente dingen aan het vertellen was, zat ik te piekeren. Heb ik wel alles mee? Een truitje voor straks? Mijn zonnebril voor morgen? Heb ik mijn raam thuis dichtgedaan? Ik heb zo mijn neuroses. Ze worden erger met het verouderen. Alsof ik mij almaar beter wil voorbereiden op het leven.'

 
Radio Radio (Het Belang van Limburg)